Artikel

Wat vind je van een natuurspeeltuin?

Op initiatief van enkele ouders is in een groenzone aan de rand van Schellinkhout, een dorp in West-Friesland, onlangs een natuurlijke speelplek gecreëerd voor de kinderen en de jeugd.

De natuurspeeltuin is mooi voorbeeld van een openbare speelplek die met behulp van burgerparticipatie is ontwikkeld en beheerd wordt, waarbij ook de kinderen een belangrijke rol vervuld hebben.


Schellinkhout, een plaats met ongeveer 830 inwoners, heeft als plattelandsdorp nog altijd een eigen basisschool waar bijna alle kinderen naartoe gaan. Naast de tuinen vormde het schoolplein tot voor kort dé speelplek voor de kinderen.


Om het dorp leefbaar te houden en jonge gezinnen iets meer te binden aan Schellinkhout, was de wens ontstaan om de kinderen meer ruimte te bieden en een plek te creëren waar zij op ontdekkingstocht kunnen gaan. Aan de rand van het dorp, naast de voetbalvelden, is een stukje bos van ongeveer 50 bij 200 meter met een ruime sloot er omheen. Een zone die werd gebruikt voor een blokje om met de hond en af en toe door kinderen die er een hut bouwden. De ideale omgeving om een natuurspeeltuin in te creëren.

Scharrelkinderen

Iedere groenbeheerder kent in een groenzone in zijn of haar omgeving wel die plekjes waar kinderen hun eigen speelruimte van maken. Een plek waar kinderen naar hartenlust in bomen klimmen, verborgen hutten bouwen en mogelijk zelfs gangen graven. Plekken waar kinderen op ontdekkingstocht gaan, experimenteren. De ideale plek voor ‘scharrelkinderen’. De natuurspeeltuin SKIK is ontwikkeld om een plek te creëren voor deze scharrelkinderen, een plek die kinderen uitnodigrn om te gaan experimenteren, om op ontdekkingstocht te gaan in de natuur.


De natuurspeeltuin vormt voor de kinderen een formele speelplek met een hele natuurlijke uitstraling. Mooi is ook dat de kinderen het zo ervaren; ze gaan spelen in de speeltuin en de rest van het perceel noemen ze ‘het bos’ of ‘in de natuur’. De meiden komen naar deze plek voor de kabelbaan of ‘het net’ om lekker in te kunnen chillen. De jongens geven aan voornamelijk te komen om te bouwen. En dat blijkt ook wanneer we naar het spelgedrag kijken. In eerste instantie spelen zowel de jongens als de meiden rondom het eiland. Balancerend over het water met de uitdaging niet nat te worden. Na tien minuten heeft iedereen spelenderwijs de speelplek verkend en zijn de groepjes gevormd waarin ieder samen gaat spelen. Buiten spelen heeft immers een grote sociale waarde.

Waterspeelplaats

Een groepje van vijf (vier jongens en een meisje) gaat naar de waterspeelplaats. Twee gaan water oppompen, twee bouwen een dam om het water tegen te houden en de laatste gaat in het bos op zoek naar bouwmaterialen voor de dam. Wanneer de eerste dam klaar is en bijna al het water wordt tegengehouden gaan ze verder met het bouwen van een tweede dam in de waterloop. En later nog een derde. Een spel waar intensief wordt samengewerkt, het pompen wordt over genomen wanneer iemand moe is in de armen.


Bijna een half uur zijn ze hiermee bezig.
Een ander groepje bestaat uit vier meiden, of eigenlijk twee keer twee meiden. In koppels balanceren ze over het water, gaan ze van de kabelbaan of staan de aan de waterkant. Maar ze hebben wel continu met zijn vieren contact en stemmen steeds weer samen af wat ieder koppel gaat doen.

Warme dag

De dag waarop Eelco in de natuurspeelplaats aanwezig is, is toevallig ook een van de eerste warme dagen van eind februari. In het spelgedrag van de kinderen valt daarin op dat vandaag het spelen in, bij en met water belangrijk is. Buiten het feit dat een paar meiden een tijdje zitten te chillen in het net, laten de kinderen de klimtouwen en balanceerstam links liggen. Vandaag gaat het om de uitdaging om geen natte voeten te halen.


Drie meiden gaan tegelijk op het touw, stapje voor stapje verder naar het midden. De jongens balanceren en springen over het kleine watertje, totdat de eerste net te ver gaat en natte voeten krijgt. Dan gaan ze pas echt los. Schoenen worden uitgetrokken, broekspijpen tot boven de knie omgeslagen en hup ’t water in. Alle losse takken worden uit de sloot getrokken om vervolgens een nieuwe brug te bouwen. Op zoek naar een grote kei die moet voorkomen dat de brug wiebelt gaan de jongens op ontdekkingstocht.

Nat en vies

In het gesprek met de kinderen wordt duidelijk dat deze kinderen het liefst in de natuurspeeltuin spelen. De meeste hebben hun gewone kleren aan, maar niet hun nieuwe kleren en een enkeling heeft laarzen aangetrokken. Maar voor geen enkel kind is het een probleem wanneer ze nat of vies worden. Sterker nog, een van de kinderen geeft aan dat zijn ouders liever hebben dat ze naar de natuurspeeltuin gaan dan dat ze binnen blijven zitten achter de computer.


Het idee voor een plek om vuurtje te stoken wordt door de kinderen al snel afgekeurd; dat kan niet, daarvoor staan er te veel bomen. De kinderen missen niet echt iets. In de natuurspeeltuin gaat het de kinderen niet om wat in de speeltuin is, maar om wat zij in de speeltuin kunnen. Bouwen en op ontdekkingstocht gaan in de natuur.

Tips van Eelco

Dat een speelplek niet groot hoeft te zijn om wel een grote behoefte van kinderen te vervullen blijkt uit Natuurspeeltuin SKIK. Kinderen spelen er met veel plezier uren achtereen. Waarom zou je deze speelplek nog verder uitbreiden? Dat is een vraag die ik mezelf stel na het veldbezoek.


Vanuit de stichting is er de wens om de speeltuin uit te breiden met nog een toren op het eiland, met een glijbaan over ’t watertje. Een wens die in het begin van het project door de kinderen naar voren is gebracht en om budgetredenen is doorgeschoven naar een latere fase. Persoonlijk denk ik dat de wens voor een glijbaan voortkomt uit wat kinderen kennen, waar ze aan denken als je vraagt naar een speeltuin. Net als de wens voor een mandschommel. Voor mij zou deze toevoeging afbreuk doen aan de zo geslaagde natuurlijke uitstraling van deze speelplek.


Als ontwerper zou ik de overweging mee willen geven om te gaan voor het ‘spelen in de natuur’. Geen grote metalen glijbaan maar eerder door bijvoorbeeld een driepoot te plaatsen waar kinderen met losse elementen een hut kunnen bouwen. Of anders een grote klimtoren die de kinderen misschien wel boven de boomtoppen laat uitkomen. Deze toren daarom ook meer tussen de bomen plaatsen, mogelijk aan het uiteinde van de kabelbaan.


Een concrete tip heeft niet zozeer te maken met speelwaarden op de speelplek, maar meer in de voorzieningen er omheen. Door de lintbebouwing van Schellinkhout komen zowel de kinderen als de (groot)ouders, op de fiets naar de natuurspeeltuin. Alleen is er bij de natuurspeeltuin of op de naastgelegen parkeerplaats geen voorziening om de fietsen tegenaan te zetten. De kinderen gooien daardoor op een willekeurige plek hun fietsen op de grond. Een natuurlijk fietsbeugel van twee stammen en een horizontale plank of tak, zou een goede toevoeging zijn om het stallen van de fietsen iets meer te reguleren.


Tot slot een tip voor een opbergbak. Wanneer de kinderen in en rond water gaan spelen, willen ze graag hun telefoon op een veilige plek neerleggen zodat deze niet nat wordt of kapot gaat. Daarom zou naast de zitbank mogelijk iets van een bakje gemaakt kunnen worden voor de telefoons en dergelijke.


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 01/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek.  

 

Deel dit artikel