Artikel

'Volwassenen bedenken echt saaie dingen.'

Voldoende bewegen is nodig om kinderen een gezonde basis mee te geven zodat ze kunnen opgroeien tot gezonde, gelukkige volwassenen. Maar hoe is het daarmee gesteld in Nederland? Bewegen kinderen voldoende? Nee, zeggen Mai Chin A Paw, hoogleraar epidemiologie van jeugd en gezondheid, en Teatske Altenburg, universitair docent kindvriendelijk onderzoek en beiden onderzoekers aan het Amsterdam UMC.

“Uit de Leefstijlmonitor van CBS en RIVM blijkt dat 55 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 aan de Beweegrichtlijn voldeed: en dat is maar 60 minuten matig intensief bewegen per dag.”


E
igen onderzoek, uitgevoerd met bewegingsmeters, gaat nog een stap verder“Ruim 80 procent van de 10-12 jarigen haalt het dagelijkse minimum van 60 minuten niet. Daarbij scoren 10-12 jarigen in 2015/2017 slechter op motorische fitheidstesten (voor kracht, snelheid, lenigheid en coördinatie) dan hun leeftijdgenoten in 2006 en 1986. 


Wat zijn de gevolgen?
 
Door de bewegingsarmoede op jonge leeftijd, krijg je een slechtere motorische fitheid, en als je motorisch niet fit bent, gaat bewegen minder makkelijk en zo kom je in een negatieve cirkel. Daarom is voldoende en veelzijdig bewegen op jonge leeftijd zo belangrijk. Die neergaande spiraal heeft tot gevolg dat een heel groot deel van de kinderen niet profiteert van de vele positieve effecten van lichaamsbeweging! Regelmatig bewegen heeft eigenlijk op alles een gunstig effect. Kinderen die voldoende bewegen slapen beter, hebben meer zelfvertrouwen, zijn minder gedeprimeerd en zijn minder vatbaar voor ziektes, zoals diabetes. 


Wa
arom bewegen kinderen te weinig? 
Dat kinderen minder bewegen, heeft onder andere te maken met de digitalisering. Kinderen zitten eindeloos achter het scherm. Ook is er de druk op de buitenruimtede voortschrijdende verstedelijking gaat ten koste van het aanbod van speelplekkenEn dat aanbod is – een derde reden – niet alleen te gering, maar ook vaak niet uitdagend.  


Wat is de oplossing?
 
Samenwerken met de kinderen zelf! Programma’s gericht op het stimuleren van bewegen bij kinderen zijn tot dusver veelal bedacht door volwassenen. Maar, zoals kinderen dat zelf heel duidelijk verwoorden: ‘Volwassenen bedenken echt saaie dingen’. Als expert van hun eigen leefwereld weten kinderen het beste wat hen motiveert en kunnen ze oplossingen bedenken voor de problemen die zij ervaren. 


Wat is de rol van k
inderen in jullie onderzoeksprojecten? 
In ons project Kids in Aktie hebben we gedurende vier jaar samengewerkt met kinderen uit de wijk de Banne, Amsterdam-Noord. Als mede-onderzoeker onderzochten kinderen, in samenwerking met onze collega Manou Anselma, zelf welke problemen zij ervaren op het gebied van een gezonde leefstijl en bedachten zij daar oplossingen voor. De kinderen noteerden hun ideeën over gezondheid en gezondheidsproblemen en onderzochten tegen welke gezondheidsproblemen hun leeftijdgenootjes aanlopen. De kinderen leerden ook onderzoeksvaardigheden, zoals vragenlijsten maken, het kiezen van een representatieve groep respondenten, privacyregels en toestemming vragen. De ‘kind-onderzoekers’ bedachten dat een passende interventie zou moeten bestaan uit een groot, gevarieerd en betaalbaar naschools sport- en beweegaanbod. Met ondersteuning van experts op het gebied van gezondheidsbevordering en Kids Aktief - een sportieve naschoolse opvang organisatie - ontwikkelden de kind-onderzoekers samen met ons strategieën voor passende en duurzame acties, die goed aansluiten bij de behoeften van hun leeftijdgenoten. Zo hebben kinderen een sportcompetitie tussen de scholen in de Banne opgezet, waarvoor de leerlingen na school onder begeleiding  konden trainen, en hebben ze gezorgd dat meidensport in het naschoolse sport- en beweegaanbod is opgenomen.  


En k
inderen mee laten ontwerpen aan de openbare ruimte? 
Natuurlijk! En met participeren bedoelen we dan niet alleen inspraak geven, maar kinderen echt als volwaardige experts in het ontwerpproces betrekkenZij zijn experts in buiten spelen! Die kennis moet je benutten.  Als voorbeeld noemen we een ander onderzoeksproject van ons, naar de beweegvriendelijkheid van schoolpleinen, uitgevoerd bij drie Amsterdamse basisscholen (10-12-jarige kinderen). In dit project onderzochten kinderen zelf welke aspecten van hun schoolplein volgens hen beweegvriendelijk waren en welke niet. Vervolgens hebben kinderen oplossingen bedacht voor aspecten aan het schoolplein die niet uitnodigen tot bewegen. Deze oplossingen hebben ze gepresenteerd aan klasgenoten, docenten, op twee scholen ook aan het schoolhoofd en op een andere school aan de architect van de school. De oplossingen zijn grotendeels doorgevoerd op de deelnemende scholen. Zo hebben kinderen in gesprek met overblijf-medewerkers afspraken gemaakt over risicovol spelen: kinderen willen graag hard rennen en klimmen, maar worden vaak afgeremd omdat volwassenen dit als ‘risicovol’ bestempelen. Ook hebben kinderen het belang van transparantie en inspraak over de regels en de inrichting van het schoolplein aangegeven aan docenten en directie: wat volwassenen bijvoorbeeld zien als lelijk muurtje kan voor kinderen de beste verstopplek zijn.  


Wat 
viel jullie op? 
Kinderen waren verbaasd dat er naar hen geluisterd werd en andersom waren volwassenen, zoals docenten en directie, onder de indruk van de goede (en realistische) oplossingen die kinderen hadden bedacht.  


Wat hebben jullie ervan geleerd?
 
Het betrekken van kinderen bij onderzoek, in dit geval het ontrafelen van determinanten van beweegvriendelijkheid, levert unieke en context-specifieke informatie op die enorm helpt om  bewegen op schoolpleinen te verbeteren.”  


H
oe kun je co-creatie met jongeren verder stimuleren? 
Stadsinrichters kunnen gaan praten met jongerenwerkers of langs gaan bij scholen die het vak onderzoek & ontwerpen of het vak participatie in het lesrooster hebben (bijvoorbeeld de Technasia)En er moeten passende tools komen. In Amsterdam zijn we nu bezig met de ontwikkeling van eetoolkit, met tools voor beleidsmakers en gebiedsontwikkelaarsom aan de slag te kunnen met co-creatie gericht op jongeren. Wat ook van belang is: communiceer duidelijk wat je doet en wat je doel en tijdsplanning zijnEn maak duidelijk wat co-creatie met jongeren kan opleveren! 


Als afsluiting nog een vraag: W
elke onderzoeksthema's gaan jullie de komende periode nog oppakken, en met wie uit het werkveld zouden jullie het hierover willen hebben? 
Het betrekken van kinderen blijven we doen, in verschillende projecten. We gaan verder met het thema beweegvriendelijkheid in een project waar jongeren en stadsinrichters gezamenlijk een stukje van de stad Amsterdam herinrichten. Daarnaast zijn we bezig om de participatieve aanpak in programma’s, gericht op het stimuleren van een gezonde leefstijl, zoals het Kids in Actie project, te testen in een andere lokale context, in Zaragoza (Spanje).  

 

Teatske Altenburg




Mai Chin a Paw

Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 04/2020. Dit nummer is gratis te lezen in onze digitale bibliotheek


Tweewekelijks onze gratis nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in >>

Deel dit artikel