Artikel

Beweegplezier verbreden

Kees van Marion, directeur van Nijha in Lochem, onderscheidt twee vormen van intergenerationeel spelen en bewegen. “Het samen spelen en bewegen van oud en jong waarbij interactie voorop staat, is de ene vorm. De andere vorm speelt zich af op een plek waar het voor alle leeftijdsgroepen mogelijk is om te bewegen. Dat kan individueel zijn, zonder interactie, maar ook samen met anderen.”

Wij hebben minder te maken met de eerste vorm, die komt in onze praktijk niet vaak voor. Dat heeft natuurlijk deels te maken met het feit dat het samenbrengen van oud en jong wordt verstoord door het langs elkaar lopen van agenda’s. Verschillende leeftijden spelen op verschillende tijden. Dat geldt al voor de kinderen op de basisschool, maar helemaal als je dit gaat doen met ouders of met opa en oma. Daar komt bij dat wij vinden dat het belangrijk is dat kinderen kunnen ontdekken en samenspelen op hun eigen niveau (zowel lengte als ook gewicht en ontwikkeling zijn hierin belangrijk)Het voordeel van de tweede vorm is dat je alle leeftijdsgroepen bij elkaar brengt in de buurt en dat je naar elkaar kunt kijken. Maar dan wel met uitdagingen die zijn gebaseerd op de diverse leeftijden. 

Voordelen 

Hoewel ik samen spelen en bewegen, in beide vormen, niet zou promoten als dè oplossing is het duidelijk dat het allerlei voordelen met zich meebrengtNeem alleen al het nuttig gebruik van de ruimte. De ruimte is schaars in bijna elke gemeente. Clustering van ruimte met meervoudig gebruik door jong en oud helpt je om met die schaarste om te gaan. Bovendien levert clustering een economisch voordeel op voor de gemeente. Je kunt dus meer investeren op dit soort plekken en dat bevordert gebruik en in het algemeen bewegen. 

Een voordeel is ook dat vanuit buurtbewoners een grotere betrokkenheid bij de plek ontstaat, waardoor vandalisme minder kans krijgt. Maar het succes kan ook tegen je gaan werken. Soms ontstaat een te grote toeloop. Dit kan door de buurt als overlast worden ervaren. Met het succes van die ene plek in het achterhoofd, zou je als gemeente kunnen overwegen om volgens dezelfde formule meerdere bestaande speelplekken te transformeren of nieuwe aan te leggen. Dan lost de drukte vanzelf op. 


Volgens Van Marion leeft samen spelen en bewegen nog niet echt bij gemeenten. “
Ik hoor gemeenten er weinig over. In tegenspraak daarmee zie je wel gebeuren dat veel dorpspleinen worden omgeturnd naar plekken waar voor elke leeftijd wat de doen is. Dat weer wel.” Het thema lijkt zich sluipenderwijs te manifesteren, zonder al te veel ruchtbaarheid. Ook de markt dringt niet echt aan, om samen spelen en bewegen op de agenda te krijgen, zegt Van Marion. “Ik denk niet dat de markt er voldoende mee bezig is. Feitelijk hoeft dat ook niet, want als je uitgaat van de tweede vorm van samen spelen en bewegen en kijkt naar het aanbod, dan kun je vaststellen dat het huidige aanbod van speelobjecten voldoet.   

Projecten 

Dat je met dat aanbod goed uit de voeten kunt, maakt Van Marion duidelijk aan de hand van recente projecten. We richten regelmatig pleinen in voor een brede leeftijdsgroep. Momenteel zijn we bezig met de aanleg van zo’n plein in Vught. We werken ook, samen met de Johan Cruyff Foundation, aan een project dat Cruyff Court Plus heet. Dit project speelt optimaal in op gebruik door meerdere leeftijdsgroepenWe zijn ook bij een sportvereniging bezig om een overtollig grasveld om te turnen naar een beweeglocatie voor sporters, ouderen en spelende kinderen. Wij vinden dat een beweegomgeving voor één leeftijdsgroep niet van deze tijd is en dus brengen we, als het kan, zoveel mogelijk elementen in om het beweegplezier te verbreden.  

Les 

Van Marion besluit met de opmerking dat je het verbreden van beweegplezier ‘gewoon moet doen’. En je niet te lang met moeilijke woorden als intergenerationeel bezig moet gaan houden, maar dat je de kansen moet grijpen om een terrein voor een breder beweegpubliek geschikt te maken. 



Deel dit artikel

Gerelateerd

Gerelateerde leden