Artikel

Zo brengt ICT de jeugd in beweging

Kinderen (en volwassenen) die lekker lui onderuit spelletjes doen op wat voor apparaat met beeldscherm ook. Gamen heeft vaak het imago dat het mensen ervan weerhoudt om gezond te bewegen. Menno van Pelt-Deen wijst op de andere kant van de medaille: ICT stimuleert steeds vaker om juist wel naar buiten te gaan. 

Wat vind je van de kritiek dat ICT kinderen ervan weerhoudt om buiten te spelen?

Ik denk dat de kritiek gedeeltelijk klopt. We zien veel ICT-toepassingen die erg solidair en sedentair zijn. Denk aan bingewatching op Netflix (de hedendaagse variant op de oude couch potatoe), uren rondhangen in Minecraft en als het maar even kan je snapchat of whatsapp checken. Veel populaire ICT-toepassingen zijn erg schermgeoriënteerd. Dit betekent dat alles is ontworpen om je aan een scherm te kluisteren, hier vindt immers de meeste (inter)actie plaats. Er zijn echter ook voorbeelden waar het scherm minder belangrijk is, maar waar de interactie juist buiten het scherm plaatsvindt.Iris Soute noemt dit Head Up games. Zij maakt de Picco, een digitaal speelgoed dat kinderen stimuleert om allerlei buitenspelletjes te spelen. 


Hetzelfde geldt voor televisieprogramma’s zoals Dora de Explorer en (wellicht een beetje verassend) Nederland in Beweging. Beide programma’s slagen er uitstekend in om kijkers van de bank te krijgen. Ontwerpbureau Monobanda weet op zijn beurt kinderen met bestaande technologie te bewegen. In Labyrinth wordt de mobiele telefoon een pistool waarmee spelers op draaiende schijvenkunnen schieten. In de Kleurkamer gebruiken kinderen de wii-remote (de afstandsbediening van een Nintendo Wii) om hun omgeving digitaal te schilderen.


Monobanda weet zelfs een zandbak weer magisch te maken met digitale technologie in Mimicry. Een bewegingssensor boven een zandbak detecteert de hoogteverschillen in het zand. Met een beamer worden deze verschillen extra aangezet. 


ICT kent zoveel mooie toepassingen om kinderen te stimuleren om te bewegen. Rob Tieben van Idee Brouwerij werkte eveneens verschillende projecten uit. De Walk of Fame was een legpuzzel die bestaat uit opnamen van je eigen lichaam. Je kunt zo door rond te rennen, gek te doen en te dansen, hilarische compilaties van je lichaam maken.


Afgelopen zomer bracht Rob meer dan 3000 festivalgangers in beweging met de game Zombielands. Op het muziekfestival LowLands konden mensen elkaar infecteren met het zombievirus door een app op hun telefoon te installeren. Deze detecteerde of een andere speler in de buurt was en deze werd vervolgens geïnfecteerd. Spelers maakten expres grote omwegen om niet geïnfecteerd te worden door andere spelers.


Mobiel biedt uitkomst
 

Dat ICT kinderen weerhoudt om buiten te spelen denk ik niet. Ik denk echter dat veel uitingen van ICT teveel gebonden zijn aan het scherm dat binnen staat. De mobiel kan hier een uitkomst bieden. Deze kleine zakcomputer kun je wel mee naar buiten nemen. Zeker als augmentedreality een vlucht gaat nemen (in navolging van virtual reality) zullen we steeds meer mensen buiten zien. Het is een ontwikkeling die nog in de kinderschoenen staat. Zelf hebben we de mogelijkheden van ICT en bewegen veelvuldig verkend op de hogeschool en universiteit.


Zo ontwikkelden we Swimgames. Videogames in het zwembad, waar je lichaam de controller is. Samen met studenten ontwikkelden we meer dan veertig verschillende prototypes, waarin we gebruik maakten van allerhande technologische middelen. Uiteindelijk ontwikkelden we een installatie met een bewegingssensor die gekoppeld was aan een groot scherm. Daar kozen we voor omdat het snel aanpasbaar is. In tegenstelling tot iedere andere technologie, kun je met een scherm heel eenvoudig verschillende soorten feedback en instructies geven. Dat verklaart ook direct de schermgeoriënteerde houding van veel ICT-ontwikkelaars. Het is gewoon zo’n lekker snel apparaat om voor te ontwikkelen.


Dit bleek ook in onze verkenning van de ontwikkeling van ICT-toepassingen in het bos. In de cursus Games [4Nature] ontwikkelden we ruim twintig games en apps om het bos aantrekkelijker te maken voor kinderen. Dit werkte uitstekend. Je kunt heel spannende speurtochten maken, hectische tik/verstoppertje-games of een easy-to-learn-hard-to-master-variant op levend stratego. Het scherm van de telefoon/tablet werd dan veelal gebruikt als moderatie van de sessie of als feedback instrument van progressie die spelers maakten. Kortom, ICT zelf houdt kinderen niet op de bank, haar populaire toepassingen (televisieseries, single player gamen, sociale media) doen dit echter wel.


Op welke manier kan ICT juist helpen om kinderen in beweging te krijgen?

Ik denk dat ontwerpers meer kunnen nadenken om interactie buiten het scherm te stimuleren in plaats van op het scherm of via webservers. De ontwikkeling van localmultiplayer games heeft de laatste jaren een vlucht genomen. Games zoals Game Ovens’ Bounden (een dansgame met je mobiel) of Fingle (een soort twister met je vingers) dragen bij aan een nieuwe en ICT-gedreven vorm van sociale interactie.


Welke vaardigheden worden door ICT beter ontwikkeld bij kinderen van nu ten opzichte van pakweg dertig jaar geleden?

Ik denk dat ICT veel meer uitnodigt om fouten te maken en hiervan te leren. Een eenvoudig voorbeeld is CTRL Z (of de backspace) in je tekst editor. Hierdoor kun je gewoon lekker tikken zonder dat je bang hoeft te zijn iets verkeerd te doen. Hierdoor ben je sneller aan het redigeren en leiden schrijvers (en ontwerpers) minder aan het ‘blanck canvas syndrome’, ofwel de angst om een begin te maken op een leeg vel. Dit komt de kwaliteit van ons werk en onze ontwikkeling ten goede. Dit is duidelijk te zien in de kwaliteitsslag die gemaakt wordt dankzij de digitale camera. Je hoeft niet meer zuinig te zijn om één fotorolletje. Je kunt naar harte lust schieten en zo je fotografische vaardigheden verbeteren. 


Kortom, ICT stelt ons meer en meer in staat om van onze fouten te leren. Een nadeel is dat we nog niet zo goed in staat zijn de regels van ICT-toepassingen zelf aan te passen. Deze liggen veelal vastgelegd in ontoegankelijke broncodes. Je kunt de regels van een digitale game minder makkelijk aanpassen dan van een bordspel, hetgeen een persoonlijke speelervaring en een bepaalde vorm van creativiteit in de weg kan staan. Hier zien we langzaamaan verandering in ontstaan. De groei en toegankelijkheid van game-ontwikkelsoftware is enorm gestegen. Alleen dit jaar al kwamen er 6000 games uit op de PC, hetgeen illustreert hoe ‘makkelijk’ het is om een game te ontwikkelen of om een adaptie te maken van een bestaande game.


Moet ICT altijd en overal aanwezig en beschikbaar zijn of is het ook goed om af en toe te spelen zonder digitale middelen?

Ik vind dit een moeilijke vraag. Het is een beetje alsof je vraagt: hebben we het geschreven woord overal nodig? Nee natuurlijk niet, er zijn tal van voorbeelden waar we prima zonder drukwerk of pen en papier kunnen. Echter brengen deze media verschillende voordelen met zich mee die we daarvoor niet hadden. Dat dit ten koste is gegaan van onze orale overdracht van verhalen is een feit, maar ook een logisch gevolg. Hetzelfde geldt voor hedendaagse ‘nieuwe’ media die meer technologisch van aard is. ICT staat immers voor informatie communicatie technologie, dus nieuwe vormen van informatieoverdracht. Dat deze vorm een ander medium beknelt of overbodig lijkt te maken is logisch. Toch blijven bepaalde vormen hun kwaliteit behouden. Een geschreven brief wordt nog steeds als veel persoonlijker ervaren dan een appje. Een dag door de modder rollen zonder telefoon kan veel vrijer voelen dan digitaal door de lucht suizen op een grote vogel in The Legend of Zelda: theSkywardSword. Beiden vormen van vermaak en spel hebben een kwaliteit die we niet steeds met elkaar hoeven te vergelijken maar die prima op zichzelf kunnen bestaan.


Wat kunnen beleidsmakers/leveranciers/onderwijs beter doen op het gebied van ICT?

"Ik denk dat men iets kritischer mag zijn op de producten die we krijgen voorgeschoteld en wat minder melancholisch moeten nadenken over dingen die we (misschien) kwijt (zouden kunnen) raken. 

Deel dit artikel