Artikel

Snel veranderende speelmarkt nauwelijks bij te houden

Schommels, wippen, wipkippen, duikelrekken en glijbanen. Het zijn een paar toestellen die jarenlang het speelbeeld gevormd hebben. Kinderen zijn en waren uiterst tevreden met deze speeltoestellen.  Maar kinderen zijn wel veeleisender dan vroeger en willen naast de traditionele toestellen graag ook nieuwe producten.  

Fabrikanten spelen daar op in en breiden regelmatig hun assortiment uit. De verdieping en verbreding van het assortiment bestaat uit vele verschillende toestellen die zowel buiten als in overdekte locaties te vinden zijn. De groei is zo snel gegaan dat de kennis van de controlerende instanties het niet heeft bijgehouden.  


De speelwetgeving kwam van de 
grond in 1997. Keurings- en inspectiebureaus schoten als paddenstoelen uit de grond en zo’n 10 jaar geleden werd de Stichting Veilig Spelen (SVS) opgericht. Met de markt volop in beweging blijven inspectiebureaus vooral de standaardtoestellen, zoals schommels en glijbanen inspecteren. De examenvragen van SVS richten zich ook nog steeds op deze toestellen en de Europese normen EN1176. Er vindt nauwelijks tot geen vernieuwing plaats van de kennis. Zelfs de NVWA en keurende instanties moeten alle zeilen bijzetten om de veranderingen bij te houden. Nieuwe type toestellen moeten nu eenmaal gekeurd worden als ze onder het WAS vallen. In spoedtempo worden dan eisenpakketten samengesteld die pas later doorsijpelen in de markt, of niet. Een kleine update van de ontwikkeling in de laatste jaren: 

  • Interactieve speeltoestellen (met elektronica) 

Bogen waar onderdoor gelopen moet worden, praatpalen met sensoren, draaitafels aangesloten op je mobiele telefoon. Het zijn een paar toestellen die interactief zijn en waarbij gebruik gemaakt wordt van (zwak)stroom. Inspectiebureaus controleren de elektrische installatie van deze toestellen nauwelijks en zijn onbekend met de normen en criteria hiervoor. 

  • Calisthenics, fitness en free running 

Sporttoestellen in de openbare omgeving. Momenteel wordt het WAS herschreven, en het ziet er naar uit dat veel sporttoestellen onder dit besluit geschoven zullen worden vanaf juli 2021. Voor dit soort sporttoestellen worden doorgaans andere normen gehanteerd dan de EN1176 (speeltoestellen). De sporttoestellen zijn vaak ook risicovoller in gebruik en niet altijd geschikt voor alle leeftijdsgroepen. Bij deze toestellen blijkt vaak dat toch de EN1176 gebruikt bij inspectie met het gevolg dat onterechte afwijkingen worden vastgesteld. 

  • Binnen skatebanen 

Binnen staande skatevoorzieningen vallen al jaren onder het WAS maar zijn lang niet allemaal gecertificeerd. Skatebanen zijn ontworpen aan de hand van de oude DIN of EN14974. Omdat er van een binnen situatie met toezicht en gecontroleerd gebruik (toegang via beheerder) sprake is, kan anders met risico’s omgegaan worden dan wanneer het park buiten in de openbare ruimte zonder toezicht zou liggen. Hoe er anders mee omgegaan kan worden, is voor de deskundigen verschillend. En dat zou natuurlijk niet mogen. Een landelijk te gebruiken eisenpakket voor binnen skateparken bestaat helaas nog niet. 

  • Trampoline-, klim- en luchtkussenparken 

Een select groepje deskundigen houdt zich met het ontwerpen van trampoline-, klim- en luchtkussenparken en de beoordeling bezig. De gemeentelijke en commerciële inspecteurs blijven er verre van en ook SVS heeft nog geen vragen over trampolineparken in hun examens opgenomen. Zelfs onder de keurende instanties is nog geen volledige duidelijkheid over de criteria voor met name trampolineparken. 

  • Natuurlijke speeltoestellen 

Natuurlijke speeltoestellen worden meer en meer bewust ontworpen en vele partijen maken zich hard om Nederland groener te krijgen. Ook voor deze toestellen geldt dat men niet op één lijn zit wat veiligheid betreft. Moet EN1176 gevolgd worden, valt een boomstam wel onder het WAS en moet het water dat uit het toestel komt drinkbaar zijn? Vragen die voor velen onbeantwoord blijven. Deze speeltoestellen komen ook moeilijk op de agenda bij de nationale en internationale normcommissies. Dat is ook een beetje te verklaren omdat er, afgezien van keien en boomstammen, nauwelijks echte 100% natuurlijke toestellen bestaan. 

Samenvatting 

Er is sprake van veel nieuwe ontwikkelingen en een grote kennisachterstand bij deskundigen. De traditioneel opgeleide inspecteur van wipkippen en klimrekken moet zich laten bijscholen of een nieuw type, modernere, inspecteur moet opstaan. Overleg over nieuwe ontwikkelingen moet plaatsvinden tussen keurders en de NVWA. Dit gebeurt overigens al in een driehoeksoverleg waar ook het ministerie van VWS aanschuift. Daar worden echter geen gedetailleerde inhoudelijke zaken besproken. En dat zou wel moeten.


Voor Stichting Veilig Spelen ligt er een schone taak het curriculum bij te 
stellen. NEN zal vooruit moeten kijken en commissies moeten samenstellen om normen te maken. Hoe dan ook, actie moet genomen worden om niet helemaal de plank mis te slaan. Het herschrijven van het WAS, dat in juli 2021 gepubliceerd zal worden, is een mooie gelegenheid om ook over de toekomst van  ‘deskundig Nederland’ na te denken. Nieuwere ontwikkelingen staan al weer voor de deur, zoals waterglijbanen met VR-brillen. 


Jeroen Bos, Keurmerkinstituut
 


Reageren? 
jeroen@keurmerk.nl 


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 04/2020. Dit nummer is gratis te lezen in onze digitale bibliotheek


Tweewekelijks onze gratis nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je gratis in >>

 

Deel dit artikel