Artikel

Geen enkel gehandicapt kind zou alleen moeten spelen

“Geen enkel gehandicapt kind zou alleen moeten spelen.” Dat zegt Henk-Willem Laan, sinds 1 januari 2017 directeur van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind, kortweg het Gehandicapte Kind.

Tekst: Peter Bekkering 

Laan werkte lange tijd in de accountancy. Toen hij dertien jaar geleden vader werd van een ernstig meervoudig beperkte zoon, besloot hij over te stappen naar het maatschappelijk veld. Hij was onder meer bestuurder van een VO-school en van een kinderopvangorganisatie. Van daaruit zette hij een volgende stap: “Zowel mijn persoonlijke als professionele betrokkenheid bij het onderwerp ‘kinderen met een handicap’ motiveerden mij om begin 2017 bij het Gehandicapte Kind aan de slag te gaan.” 

Droom 

Het Gehandicapte Kind helpt kinderen met een handicap om gewoon mee te kunnen doen in onze samenleving. Het niet kunnen samen spelen in de openbare ruimte, met andere kinderen, noemt Laan een van de actuele thema’s waar dit goede doel zich mee bezighoudt. “Geen enkel gehandicapt kind zou alleen moeten spelen.” Het Gehandicapte Kind lanceerde onder andere de campagne ‘Geen kind zonder vriendjes’ om de aandacht op dit thema te vestigen. Laan haalt wat cijfers aan om de urgentie te onderstrepen: “85% van de kinderen die naar speciaal onderwijs gaan, heeft geen vriendje in de buurt.” Door dat isolement mist het kind niet alleen de ontmoeting met anderen: “School, speeltuin en sport zijn plekken waar kinderen elkaar ontmoeten. Ze zijn niet alleen belangrijk om te spelen, leren en bewegen, maar ook om spelenderwijs sociale en emotionele vaardigheden aan te leren zoals samenwerken en omgaan met tegenslagen.”

Speeltuinbende 

Er zijn de nodige fysieke drempels die verhinderen dat kinderen samen spelen in de speeltuin, op het schoolplein of in het park. Negen van de tien speelplekken in Nederland zijn niet toegankelijk voor gehandicapte kinderen. “We hebben ons de afgelopen tien jaar intensief met dit thema bezig beziggehouden. Hoe maak je spelplekken toegankelijk voor ieder kind? Dat doen we samen met onze Speeltuinbende, een testteam van kinderen met en zonder handicap. Zij testen speeltuinen op toegankelijkheid en geven adviezen om die te verbeteren.” 

Samenspeelactiviteiten organiseren 

Laan vervolgt: “Van belang is dat een gemeente of speeltuinvereniging kinderen met een beperking in beeld heeft om ze bij de ontwikkeling van speelplekken te kunnen betrekken. Als zo’n plek er eenmaal is, moet je samenspeelactiviteiten gaan organiseren. Want zo breng je een ‘club’ tot stand en kun je ouders van kinderen met een beperking helpen om hun kinderen vrij te laten om te spelen. Bij dat spelen moet niet het beschermen de boventoon voeren, maar het uitdagen. En daar hoort ook bij dat je wel eens kunt vallen. Wij halen niet voor niets bij rolstoeltrainingen de veiligheidswieltjes eraf. Zodat ouders kunnen loslaten en kinderen leren om te durven.” Voor Laan zijn samenspeelplekken en samenspeelactiviteiten essentieel om ervoor te zorgen dat kinderen contact met elkaar hebben. “Want hoe vroeger je kinderen aanleert dat er ook kinderen zijn met een handicap, des te vanzelfsprekender het voor ze wordt om samen te spelen.”

Samenwerken 

Laan realiseert zich dat het Gehandicapte Kind samen spelen niet alleen kan realiseren. “Daarom slaan we de handen ineen. Jantje Beton, JOGG, ministerie van VWS, VNG, Scouting Nederland, Platform Ruimte voor de Jeugd, Nationale Jeugdraad, VeiligheidNL en de branchevereniging Spelen & Bewegen – we gaan samen aan de slag.” Dit heeft geleid tot het SamenSpeelAkkoord, op 3 december mede ondertekend door VWS minister Hugo de Jonge. Aan de basis staan het VN Kinderrechtenverdrag (1989), in 1990 door Nederland ondertekend, en het Verdrag Handicap – aangenomen in de VN in december 2006, in Nederland in werking sinds juli 2016. “Samen zeggen die verdragen dat elk kind zou moeten kunnen meespelen.” 

Regierol overheid 

Laan zou graag zien dat de overheid ook een regierol neemt en dat er ambities worden uitgesproken: dat elke gemeente in 2025 tenminste één inclusieve speelplek heeft. “En er moet overheidsgeld komen voor voorlichting, een loket waar ouders, lokale beleidsmakers en andere initiatiefnemers terecht kunnen om een inclusieve speelplek te realiseren. We merken vaak dat niet zozeer onwil het probleem is als wel onwetendheid. Pas als je dat kunt oplossen en partijen kunt mobiliseren, komt het doel om in de komende generatie een inclusieve speelcultuur te realiseren echt dichtbij.”

Samenleving in actie 

Een andere uitdaging die Laan ziet is om de samenleving in actie te brengen. “Neem scholen, die hebben vaak een schoolplein met ook een openbare functie. Of kijk naar een buurt: die kunnen een speelplek omarmen, maar omarmen ze daarmee ook kinderen met een handicap?” De ambities van Laan gaan verder: “We moeten het aantal partijen waarmee we samenwerken steeds verder uitbreiden: met bijvoorbeeld Monkey Town of de natuurspeelplekken van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer.” Maar ook met andere initiatieven: “Een van de inspirerende voorbeelden voor mij is de Stichting Spoenk in Zutphen, een aantal gezinnen die samen bezig zijn met (onder andere) inclusief spelen. Het Gehandicapte Kind zoekt deze initiatieven op, we willen graag aansluiten bij kleinschalige lokale bewegingen of communities van ouders en kinderen samen.” Het brengt hem bij een ander inspirerend voorbeeld, de Dierense Speeltuin, de grootste niet-commerciële speeltuin van Nederland: “Daar klopt de omgeving, maar ook de begeleiding door vrijwilligers. Zij zetten zich echt in om ouders en kinderen te betrekken bij de activiteiten die ze organiseren.”

Gemeenten 

Daarnaast wijst Laan op gemeenten die bezig zijn met lokale inclusieagenda’s. “Gemeenten als Rotterdam en Almere hebben inclusie niet alleen in hun beleid, maar kijken ook daadwerkelijk wat het betekent voor samenspelen.” Bij dat alles is volgens Laan het betrekken van ouders en kinderen de crux: ‘Niets over ons zonder ons’.”

Toekomst  

Over tien jaar zou Laan graag zien dat elke gemeente minimaal één inclusieve speelplek heeft. En dat de anonimiteit van kinderen met een beperking is opgeheven. “Want in die groep heb je echt te maken met ernstige eenzaamheid. Voor het kind in kwestie, maar vaak ook voor het bijbehorende gezin. Ik kan kippenvel krijgen als ik hoor hoe gelukkig een kind met een beperking is, wanneer hij voor het eerst is uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje. Want dan heb je iets bereikt wat veel verder gaat dan welke fysieke maatregel dan ook, namelijk een inclusieve speelcultuur. 


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 04/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel