Artikel

Laat ook kinderen meedenken

Het doel van de Omgevingswet, die ingaat op 1 januari 2021, is om de fysieke leefomgeving te verbeteren. Uitgangspunt is ‘decentraal, tenzij’. Daardoor komt er meer ruimte voor lokale afwegingen en kunnen gemeenten meer maatwerk leveren als het gaat om de kwaliteit van de samenleving.

BuitenSpelen sprak met Juul Osinga, planoloog en adviseur leefomgeving bij Aveco de Bondt, over de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en met name de kansen op het gebied van buiten spelen.

Interview: Wijnand Beemster

De Omgevingswet wordt wanneer ingevoerd? 

De Omgevingswet wordt ingevoerd op 1 januari 2021.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen? 

Belangrijke veranderingen van de Omgevingswet betreffen onder andere het streven naar een integrale benadering van de leefomgeving, meer participatie bij plan- en besluitvorming, decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden naar gemeenten en een meer eenduidig en eenvoudiger omgevingsrecht. De Omgevingswet betreft in de woorden van  oud minister Melanie Schultz echter voor slechts 20 procent een verandering van het instrumentarium en voor 80 procent een verandering van cultuur.




Overheden sorteren nu al voor op de Omgevingswet? Hoe uit zich dat? 

Formeel heb je de Omgevingswet niet nodig om met de gewenste cultuurverandering aan de slag te gaan, daarom zijn juist daar veel overheden al mee aan de slag, waarbij het integrale denken en werken, de ‘nee, tenzij’- naar ‘ja, mits’-houding en het vergroten van onderling vertrouwen tussen overheden, bedrijven en de energieke samenleving belangrijk is. Ten aanzien van het instrumentarium zijn overheden al omgevingsvisies en -plannen aan het opstellen en het experimenteren met participatie.

Het sociale en het fysieke domein schuift in elkaar.Wordt deze ontwikkeling, die nu al gaande is, gestimuleerd door de Omgevingswet?  

De Omgevingswet streeft naar een meer samenhangende benadering om maatschappelijke opgaven te realiseren en het beheer en de ontwikkeling van onze leefomgeving vorm te geven. Opgaven worden immers steeds complexer en zijn niet meer vanuit één domein aan te pakken. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en gezondheid.


Bovendien is er nadrukkelijk de ambitie om met de Omgevingswet bij ontwikkeling en besluitvorming meer participatie met de energieke samenleving (bewoners, bedrijven, et cetera) vorm te geven. De Omgevingswet stimuleert dus
, bij de aanpak van maatschappelijk opgaven én participatietrajecten, de bewustwording rondom de sociale impact van ruimtelijke ingrepen.

Biedt de Omgevingswet kansen voor buitenspelen? 

Ja, buitenspelen is bij uitstek een thema dat zowel een ruimtelijke als een sociale component kent. Tegelijkertijd is buitenspelen geen thema dat zoals andere ruimtelijke thema’s een zelfstandige juridische basis kent. Het is aan iedere gemeente om daar eigen beleid en regelgeving op vorm te geven. Omdat de beleidsvrijheid van gemeenten onder de Omgevingswet verder toeneemt en men gedwongen wordt om meer integraal beleid vorm te geven kan een thema als buitenspelen hier beter in worden meegewogen, tegelijkertijd loop je ook het risico dat je het ‘aflegt’ tegen andere ruimtelijke thema’s.

Wat moet de sector doen om die kansen te verzilveren? 

Uitdaging is om jezelf op de agenda te zetten met een goed verhaal of programma dat aansluit op maatschappelijke opgaven die leven. De Omgevingsvisie is een instrument waarbinnen je het thema buitenspelen zou kunnen vastleggen op beleidsniveau, waarna het in het omgevingsplan ook in daadwerkelijk handhaafbare regels kan worden vastgelegd.

Participatie is een belangrijk thema maar dan anders ingevuld dan voorheen? Ik doel hier bijvoorbeeld op inspraak die vooraf moet plaatsvinden om een vergunning te krijgen. 

Participatie nu betreft veelal inspraak achteraf, in een plan dat al grotendeels gereed is. Dat leidt vaak tot negatieve reacties en procedures om een plan tegen te houden of te wijzigen. Daar zit niemand op te wachten. Participatie onder de Omgevingswet wordt een verplicht onderdeel waarin initiatiefnemers worden gestimuleerd om inspraak meer vooraf te organiseren, waarbij de energieke samenleving de ruimte krijgt om echt mee te denken over de invulling van een plan. Wanneer dit goed wordt vormgegeven ontstaat een beter plan waarop tijdens nog steeds wettelijk verplichte inspraak achteraf ook minder (negatieve) reacties komen.




Wat betekent participatie in buitenspelen? Kinderen praten mee in de voorfase? 

Dat zou goed kunnen. Laat kinderen, als mede-gebruiker van de openbare ruimte en als hoofdgebruiker van speelvoorzieningen, meedenken in de opzet van ruimtelijke plannen. Want voor wie doen we het uiteindelijk allemaal? Voor de gebruiker, die staat centraal, juist ook in de Omgevingswet.

Een van de thema’s in de Omgevingswet is gezondheid. Biedt dit mogelijkheden voor buitenpelen? Hoe kan buitenspelen hierop inhaken? 

Gezondheid kan vanuit verschillende perspectieven benaderd worden. Veelal ging het de afgelopen decennia over klassieke milieuthema’s zoals bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, geluidsbelasting, etcetera. Tegenwoordig wordt ook steeds meer de inrichting van de (openbare) ruimte daarin betrokken vanuit de gedachte dat de inrichting medebepalend is voor het (bewegings)gedrag van mensen.

Heb je tips voor gemeenten die met de Omgevingswet aan de slag willen of proef willen draaien?  

  • Wacht niet af tot 1 januari 2021 

  • Zoek buurgemeenten op om van te leren en samen mee aan de slag te gaan 

  • Wees je ervan bewust dat de Omgevingswet niet alleen om ander instrumentarium gaat, niet alleen om  participatie draait, en niet alleen een andere manier van werken vraagt. Kortom: benader de Omgevingswet ook ‘integraal’. 


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 01/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel