Artikel

De PAL-V stijgt op

De vliegende auto van het Nederlandse bedrijf PAL-V zal wereldwijd als eerste gecertificeerd worden en daarmee ‘overal’ mogen vliegen. Antea Group is nauw betrokken bij de ontwikkeling van dit gecombineerde voertuig en vliegtuig omdat het “allerlei effecten heeft op het domein van de fysieke leefomgeving en onze mobiliteit”, aldus Roel Brandt, projectmanager Mobiliteit bij Antea Group. Een update voor de start van de PAL-V.

Door Nettie Bakker

De vliegende auto, ofwel een nieuw vervoersconcept in ‘personal air mobility’, komt sneller op ons af dan we misschien denken, zegt Roel Brandt. Hij gelooft er absoluut in. ”Het platte vlak waarop we ons begeven raakt vol. We moeten dus naar boven kijken voor extra ruimte, of onder de grond. En dat laatste is erg duur. Bovendien zetten grote spelers erop in, zowel in de automotive- en vliegtuigindustrie als technologiereuzen zoals Uber met hun programma Uber-Elevate. Hier doemt een miljoenenbusiness op.”

Fijnmazig netwerk

Brandt kijkt in samenwerking met PAL-V naar de toekomstige effecten van dit vliegende voertuig op de fysieke leefomgeving, maar ook naar de voorwaarden voor de introductie van het concept. “Denk aan start- en landingsbaantjes, maar ook aan certificering en regulering. Er is natuurlijk een landelijk netwerk van vliegvelden, van Schiphol tot aan zweefvliegvelden, maar het netwerk voor deze vliegende auto zou veel fijnmaziger kunnen zijn.” Brandt stelt zich voor dat dit voertuig zo’n 20 kilometer rijdt naar een startbaantje, een ‘PAL-V-port’, dan 100 tot 400 kilometer vliegt, weer landt en vervolgens weer zo’n afstand rijdt naar de eindbestemming. De actuele vliegende auto, die de omvang heeft van een kleine middenklasser, rijdt en vliegt op Euro 95 en heeft ongeveer 200 meter nodig voor starten en landen. De ondergrond hoeft niet per se asfalt te zijn. Het voertuig kan ook starten en landen op ‘verhard’ gras.

Interieur van de PAL-V, die de omvang heeft van een kleine middenklasser.

Vliegend prototype

Er is intussen een volledig rijdend én vliegend prototype ontwikkeld, dat PAL-V nu samen met Antea Group aan de vakwereld toont, in afwachting van de laatste stappen van de certificering door de RDW voor het voertuigdeel en de Europese luchtvaartcertificeringsorganisatie EASA. De afronding van deze certificering wordt eind 2020 verwacht. Het is een zware certificering, weet Brandt, maar eenmaal gecertificeerd, mag het voertuig overal vliegen, waar vliegen voor deze toestellen is toegestaan. Brandt: ”We stonden bijvoorbeeld heel bewust met het voertuig op de vastgoedbeurs Provada in juni dit jaar. Vastgoedontwikkelingen doe je voor de langere termijn en dan is het goed om de voorwaarden voor ‘personal air mobility’ tijdig mee te nemen.”

Lange voorbereiding

Brandt en PAL-V willen vaart maken. “Kijk naar de voorbereidingen op MaaS en het zelfrijdende voertuig, het zijn vergelijkbare ontwikkelingen met een lange voorbereidingstijd. We willen graag samen met gemeenten volgend jaar een aantal PAL-V-ports aanleggen, want eenmaal gecertificeerd en in de lucht, lopen we pas tegen concrete dingen aan: wat doet het met geluid, welke effect kan het hebben op mobiliteit? We zouden graag met kleine aantallen willen beginnen om duidelijk te krijgen wat we wel en juist niet met het voertuig willen. Wordt het voertuig interessant voor bedrijven, voor airtaxi- of MaaS-diensten of ook voor (deel)personenvervoer? Allemaal vragen die nu nog niet goed te beantwoorden zijn. Een ander argument om haast te maken is dat we in het MaaS-concept nu bezig zijn om bestaande modaliteiten te ‘koppelen’. Deze dienst is nieuw, maar kan, als je het goed voorbereidt al bij de start klaar zijn om deel uit te maken van een MaaS-dienst.” 

Het valt Brandt overigens op dat er nog weinig wordt nagedacht over de effecten van de vliegende auto in tegenstelling tot de aandacht voor MaaS en het zelfrijdende voertuig. Dat mag van hem snel veranderen. “Het zou jammer zijn als het een vervoermiddel wordt dat los komt te staan van het mobiliteitssysteem.” 

Techniek en regelgeving

“Wij komen graag langs bij overheden en bedrijven”, vervolgt Brandt, “om mee te denken over de regelgeving en fysieke en technische implementatie van dit nieuwe concept. Wat betreft de regelgeving verwacht Brandt dat er steeds stappen gemaakt kunnen worden. Een vergelijkbaar proces als nu gaande is met betrekking tot de recente Europese regelgeving rond drones die nu in de Nederlandse regelgeving wordt geïmplementeerd.

“Al met al is het zaak dat techniek en regelgeving zoveel mogelijk hand in hand gaan. Met steeds iets meer ruimte in de regelgeving om te ontdekken waar het concept toe in staat is. Dat gebeurt nu ook met drones. Zo kun je veilig experimenteren.” En het moet nu gebeuren, want dat de vliegende auto een vlucht gaat krijgen, daar is Brandt van overtuigd.

 

Dit artikel verschijnt in Verkeer in Beeld 3, Juli 2019.




Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel