Artikel

Speelbare steden: een model en een gereedschapskist

Het leven van kinderen wordt vooral beïnvloed door keuzes en beslissingen van ouders, leraren én stedelijke vormgevers. Tezamen bepalen zij hoe, waar en hoe lang kinderen buiten spelen. In de afgelopen decennia is de tijd die kinderen buiten doorbrengen flink afgenomen.

Om dit om te buigen hebben we een nieuwe benadering nodig rondom het inrichten, vormgeven en programmeren van de openbare ruimte. In dit artikel een beschrijving van een model dat daarbij kan helpen.


Tekst: Gerben Helleman, blog Stadslente/Urban Springtime


Wanneer we als professionals nadenken over het stimuleren van buitenspelen maken we vaak een valse start. We kijken dan namelijk al snel naar het vernieuwen van speelelementen in de bestaande speeltuinen. Dit is echter een beperkte blik en ook de verkeerde volgorde. We moeten juist aan het andere eind van het spectrum beginnen door bij ons handelen de doelen centraal te stellen. 

Waarom, hoe, wat 

Buitenspelen verbetert de gezondheid van kinderen, het verrijkt hun vaardigheden en bovenal zorgt het voor een leuk tijdverdrijf (WAAROM). Deze hogere doelen kunnen alleen worden gerealiseerd als de juiste condities worden gecreëerd (HOE). Het gaat dan bijvoorbeeld om de bereikbaarheid, aantrekkelijkheid en diversiteit van publieke ruimten. De verschillende maatregelen (WAT), zoals ontwerp, programmering en het bestellen van attributen zijn een resultaat van deze doelen en randvoorwaarden en niet andersom. 

Integrale benadering

Moraal van dit verhaal: als we speelbare steden (voor kinderen) willen realiseren, moeten we continu deze drie aspecten (WAAROM, HOE, WAT) in samenhang benaderen. Onderstaande model helpt ons om met die integrale blik naar de opgave te kijken.

In het midden de onderliggende redenen (WAAROM), in de tweede cirkel de factoren die bepalen of kinderen wel of niet worden aangetrokken tot een publieke ruimte (HOE) en in de buitenste cirkel enkele voorbeelden van specifieke maatregelen die je als professional kan nemen. 

Waarom buitenspelen stimuleren?

Er zijn veel redenen waarom we kinderen zouden moeten stimuleren om meer buiten te spelen. Ten eerste omdat de publieke ruimte een laboratorium is waarin kinderen veel kunnen leren dat een positieve invloed heeft op hun cognitieve, motorische en sociale vaardigheden.


Als ze buitenspelen worden hun hersens op verschillende manieren gestimuleerd. En door met andere mensen contact te hebben en samen te werken ontwikkelen kinderen hun sociale vaardigheden. Naast een belangrijk leermiddel is spelen ook (of vooral) een recreatieve bezigheid. Het is een aangename activiteit waarin kinderen op hun eigen manier de wereld kunnen verkennen. Tenslotte heeft buitenspelen ook een positieve invloed op hun gezondheid. 

Hoe realiseren we de doelen?

Als we deze doelen willen realiseren moeten we rekening houden met een aantal samenhangende condities, die zich op meerdere schaalniveaus afspelen. 

Op stedelijk niveau moeten gemeenten voor voldoende publieke ruimten zorgen die makkelijk te bereiken zijn voor voetgangers en fietsers (bereikbaarheid). Als speelplekken en belangrijke voorzieningen (school, winkels, parkjes) te ver zijn – in tijd en afstand – dan krijgen kinderen geen toestemming om hier alleen naar toe te gaan. Tegelijkertijd wordt hun actieradius beïnvloed door de aanwezigheid van veilige wegen (verkeersveiligheid) en voldoende eyes-on-the-street (sociale veiligheid). 


Vervolgens is het van belang dat de bestemming zelf aantrekkelijk is voor zowel de kinderen als hun ouders. De basis moet op orde zijn, oftewel schoon, heel en veilig (leefbaarheid). Wat ook meetelt zijn zaken die het net even wat aangenamer maken, zoals een fietsenrek, zitgelegenheid, tafel en/of een toilet (comfort).


En - zeker voor ouders - het moet er goed uit zien (aantrekkelijkheid). Denk aan bomen, bloemen en waterelementen die voor schaduw kunnen zorgen en allerlei soorten dieren aantrekken. Voor kinderen wordt een speelplek vaak pas interessant als er veel dingen te doen zijn (diversiteit). Hoe meer speelmogelijkheden, hoe beter. Zeker wanneer deze activiteiten interessant zijn voor kinderen van verschillende leeftijden en vaardigheidsniveaus. Een plek met spannende elementen die avontuur, onderzoek en verbeelding stimuleren (uitdagend).


Deze aantrekkelijkheid van een plek wordt niet alleen bepaald door fysieke factoren, maar ook door de aanwezigheid van andere mensen en of iemand zich welkom voelt (uitnodigend). Dit betekent dat speelplekken altijd toegankelijk en gratis moeten zijn, maar ook sociaal veilig. 


Op het individuele schaalniveau is het van belang dat kinderen de mogelijkheid krijgen om buiten te spelen (tijd en motivatie). Het aantal minuten om buiten te ravotten is in de loop der jaren afgenomen doordat kinderen (en hun ouders) steeds meer andere verplichtingen hebben op school en in hun vrije tijd.


En omdat er steeds meer concurrenten zijn voor een stukje speeltijd, zoals binnenspeeltuinen, modern speelgoed, computers en de mogelijkheid om op ieder moment van de dag tekenfilms te kijken via diensten als Netflix. Om hier tegengas aan te geven, zouden kinderen door hun ouders en docenten meer gemotiveerd moeten worden om buiten te gaan spelen. 

100 maatregelen

Nu dat we de motieven (WAAROM) en condities (HOE) weten, kunnen we inzoomen op de specifieke maatregelen die kunnen worden ondernomen om speelbare steden te ontwikkelen. In totaal kom ik op 100 maatregelen (deze zijn, vergezeld van voorbeelden, allemaal te lezen op urbanspringtime.blogspot.com/playablecities). 
Samengevat kun je zeggen dat het gaat om enkele grootschalige ingrepen. Denk aan het realiseren van redelijk hoge dichtheden (compacte stedenbouw) met voldoende functiemenging en aan het teruggeven van de buitenruimte aan voetgangers en fietsers. 


Het merendeel van de maatregelen gaat echter over kleine, goedkope interventies die al veel verschil kunnen maken. Denk aan het verruimen van openingstijden van bestaande speelplekken (schoolpleinen die ook buiten schooltijd toegankelijk zijn), meer overzichtelijke oversteekplaatsen, voldoende fietsenstallingen, een autovrije zondag, goede bewegwijzering, markeringen op harde ondergronden (letters, cijfers, parcours, spelletjes), het planten van geurige en kleurrijke bloemen, het plaatsen van een paar extra bankjes en een afvalbak, het toevoegen van natuurlijke en verplaatsbare materialen (water, takken, zand), het aanbrengen van hoogteverschillen, het aanpakken van scheve en losliggende stoeptegels, minder huiswerk, het organiseren van jaarlijkse evenementen en het inzetten van rolmodellen. Daarnaast moeten we niet vergeten dat kinderen - als we het toestaan en hen faciliteren - overal kunnen en willen spelen. Een brede stoep doet al wonderen. 

Een andere bril

Los van deze specifieke maatregelen gaat het bovenal om een bepaalde denk- en werkwijze. Het gaat om de eerdergenoemde integrale, multidisciplinaire aanpak en om een meer vraaggerichte benadering: maatregelen die voortkomen uit de uitdagingen, wensen en mogelijkheden van kinderen. Daarom moet zowel in de architectuur, het straatontwerp als bij het inrichten van de publieke ruimte de menselijke maat centraal staan.


Bij het ontwerp van gebouwen betekent dit bijvoorbeeld dat je op de begane grond een actieve plint maakt waar je naar binnen kunt kijken zodat er een zachte overgang is tussen gebouw (privé) en straat (publiek). Maar het is ook van belang dat gevels van gebouwen continu veranderen in kleur, vorm, materiaal, functie en detailniveau.


Die diversiteit en daarmee menselijke maat is ook te realiseren in de publieke ruimte door te werken met een grote variëteit aan ondergronden (verhard, gras, zand, water), ruimtelijke elementen (open-dicht, licht-donker, groot-klein) en speelattributen. Dat alles tezamen zijn de ingrediënten voor een veilige, aangename en leerzame speelruimte voor kinderen.  


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 04/2018. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel