Artikel

Inspectie van speeltoestellen noodzakelijk?

Afgelopen zomer lazen we helaas veel berichten over ongelukken op en met luchtkussens. Deze varieerden van ‘flinke schrik’ tot ongelukken met dodelijke afloop. Speelplan is de afgelopen maanden regelmatig benaderd met vragen over deze berichtgeving.

Hoe kan een ongekeurd springkussen toch geplaatst worden? Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor deze ongevallen? Moeten deze toestellen ook geïnspecteerd worden? Vaak kregen we de vraag voorgelegd: “Had dit voorkomen kunnen worden, en zo ja, op welke manier dan?”

Welke norm geldt voor springkussens? 

Springkussens vallen onder de WAS (Warenwet Attractie en Speeltoestellen). Deze wet zegt dat elk speeltoestel vanaf ‘de in gebruik name’ tot het verwijderen van het toestel veilig moet zijn. Om ervoor te zorgen dat toestellen veilig gemaakt worden én veilig blijven zijn er normen opgesteld. De ‘basisnorm’ is de NEN-EN 1176-1. Daarnaast zijn er toestelspecifieke normen. Voor opblaasbare toestellen geldt de NEN-EN 14960 (1). Dit betekent overigens ook dat elk type toestel gekeurd moet zijn door een AKI en voorzien moet zijn van een geldig keuringscertificaat. 

Inspecties opblaasbare speeltoestellen 

Het antwoord op de vraag:  Zijn inspecties echt noodzakelijk en hoe vaak moet dit dan gedaan worden? - een vraag die overigens ook geldt voor  ‘gewone speeltoestellen’ die in het openbaar groen, op schoolpleinen en/of recreatieparken geplaatst worden - is terug te vinden in de normen. Alle speeltoestellen, en dus ook opblaasbare speeltoestellen, dienen volgens de NEN 1176-1 en 1176-7 regelmatig te worden geïnspecteerd.  Dat kan op verschillende manieren.

Welke inspecties zijn er?  

Allereerst is er de routinematige visuele inspectie. Deze dient ter identificatie van gevaren als gevolg van vandalisme, gebruik of weersomstandigheden. Bij intensief gebruikte toestellen of bij vandalisme kan deze visuele inspectie oplopen tot een dagelijkse ritueel (denk bijvoorbeeld aan speeltoestellen in een pretpark in het hoogseizoen of een luchtkussen dat dagelijks opgeblazen wordt).  
Daarnaast is er de operationele inspectie. Deze meer gedetailleerde controle is bedoeld om de functionaliteit en stabiliteit van een toestel te inspecteren, in het bijzonder de slijtage. Tevens moet er gecontroleerd worden op ontbrekende onderdelen. De operationele inspectie moet elke 1 tot 3 maanden uitgevoerd worden, afhankelijk van de gebruikersintensiteit van het toestel. 

Bij zowel de visuele-, als operationele inspectie dient ook de ondergrond aandacht te krijgen. Denk hierbij aan blootliggende funderingen, reinheid, bodemvrijheid en afwerking.
Tenslotte is er de algehele inspectie, in de volksmond ook wel de jaarlijkse veiligheidsinspectie genoemd. Deze inspectie wordt uitgevoerd om het algehele veiligheidsniveau van een toestel, de fundering en de oppervlakte vast te stellen. Gecontrolleerd wordt de naleving van NEN-EN 1176, met inbegrip van eventueel aangebrachte wijzigingen, weersinvloeden, houtrot, corrosie, reparaties of toegevoegde of vervangen onderdelen.  


Dit artikel komt uit BuitenSpelen 04/2018. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel