Artikel

Spel moet in beroepsopleidingen

Als je dagelijks met kinderen werkt – in onderwijs, kinderopvang, zorg, sport – moet je verstand hebben van spel. Alleen dan kun je kinderen begrijpen en bij hun leefwereld aansluiten.

Dat lijkt een open deur, maar is het niet. Het Landelijk Docentennetwerk Spel zet zich ervoor in dat spelen een vast onderdeel wordt van het curriculum van opleidingen voor jeugdprofessionals.“Steeds vaker krijgen we signalen uit de praktijk dat jeugdprofessionals geen idee hebben wat spel voor kinderen betekent en wat hun eigen rol daarin kan zijn”, vertelt Froukje Hajer, adviseur jeugdbeleid en kinderrechten.In opleidingen ligt de focus op zorg, hulpverlening, opvoedingsondersteuning. Op cognitieve ontwikkeling. Op bewegen en het programmeren en organiseren van activiteiten. Allemaal belangrijk”, vindt Hajer, maar als dat je enige focus is, mis je iets essentieels. Want kinderen ontwikkelen zich ook in hun spel: dromen, fantaseren, uitproberen, prutsen, klooien. Via vrij spel doen kinderen wezenlijke ervaringen op.    

Geen idee van spel 

Wilna van den Heuvel van Hogeschool Utrecht ziet het dagelijks in haar werk als docent: “Startende deelnemers aan de post-bachelor-spelagogiek hebben geen idee van spel en spelontwikkeling en van de manier waarop ze daarop kunnen aanhaken. En dat zijn mensen met een agogische vooropleiding die dagelijks met kinderen werken. Dat is heel ernstig. Ze weten er zo weinig van, maar al na één module beseffen ze wat ze missen. Het eerste waar we op ingaan is dus de kracht van spel.” Van den Heuvel probeert al jaren om spel een vaste plek te geven in het curriculum, bijvoorbeeld van SocialWork. “Dat spelen zo belangrijk is, is abracadabra voor veel mensen. Ik zie dat bij meer opleidingen: er is één docent met hart voor spelen en daar hangt het dan van af of spel een plek krijgt in de opleiding.”

Langs de meetlat 

Maike Kooijmans, lector Opvoeden voor de Toekomst bij Fontys Hogeschool Pedagogiek heeft vergelijkbare ervaringen. “Toen ik nog bij Sociale Studies werkte, een brede studie, moest ik altijd al de aandacht voor spel bevechten. Bij Pedagogiek is meer ruimte voor spel in het curriculum, maar toch nog vaak in dienst van de cognitieve of sociale ontwikkeling. Je ziet dat in de hele samenleving: de nadruk ligt sterk op kennis ontwikkelen, en op zo goed mogelijk presteren. Alles gaat langs de meetlat, iedereen wordt met iedereen vergeleken. Er is te weinig aandacht en waardering voor vrij spel en lummelen zonder doel.” 


Dat zie je terug in het dagelijks leven van kinderen. “Hun tijd wordt steeds sterker door volwassenen gestuurd en bepaald. Voor- en vroegschoolse educatie, naschoolse opvang, clubjes, bijlessen, overal zijn volwassenen in de buurt. En als die er even niet zijn, worden kinderen digitaal gevolgd door hun ouders. Kinderen hebben steeds minder mogelijkheden om zonder supervisie hun ding te doen.”  

Onderzoek 

Meer kennis over spel bij jeugdprofessionals is dus hard nodig. Te beginnen in de opleidingen. Ziehier het begin van het Landelijk Docentennetwerk Spel, dat onder leiding van onderzoeker Sylvia Wernaart uit het lectoraat van Kooijmans een onderzoek is gestart naar ‘hoe spel speelt’ op alle mogelijke beroepsopleidingen voor sociaal en pedagogisch werk. Daarnaast  voerden pedagogiekstudenten van de Fontys-minor Spelenderwijs onderzoek uit naar de plaats van spel in de curricula van de opleidingen Pedagogiek. “De studenten nemen hun kennis over de waarde van spel mee in de rest van hun opleiding en later in hun beroepspraktijk. Dat kan gaan werken als een olievlek”, aldus Kooijmans.  

Oerdrive 

Het docentennetwerk valt binnen de lectorale programmalijn ‘Talentologie’. Kooijmans: “Er is meer nodig dan cognitieve talentontwikkeling. Er is ook aandacht nodig voor de binnenwereld van kinderen: emoties en aspiraties, dromen, verlangens. Die worden getriggerd door te exploreren, te experimenteren, buiten de lijntjes te gaan, kortom: te spelen. Het is een oerdrive, die kinderen helpt om een veerkrachtige identiteit te ontwikkelen. Die drive slaan we dood als we ons beperken tot zichtbaar gedrag en meten=weten.” 


Waar zet het docentennetwerk op in?
Hajer: “Spel moet een vast onderdeel van het curriculum worden in alle opleidingen voor jeugdprofessionals. Een keuzevak of post-hbo is mooi, maar niet genoeg. Elke professional die met kinderen werkt, moet weten wat de betekenis van spel is in het leven van kinderen. En wat er voor nodig is om de kracht van spelen uit de verf te laten komen”. 


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 01/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel