Artikel

Wat speelt er in Leiden?

“Buiten spelen begint zodra de deur naar buiten open gaat,” zegt gemeentelijk beleidsmedewerker Saskia van Hoore over het speelbeleid in Leiden - een groeistad met grote woningbouwopgave. Leiden hanteert speciale richtlijnen om te waarborgen dat de jeugd voldoende inclusieve speel- en beweegmogelijkheden heeft. In het integrale beleidskader Spelen en Bewegen uit 2017 staat dat in elke Leidse buurt minimaal tien procent van de ruimte geschikt moet zijn als potentieel speelterrein.

Heeft Leiden een speelbeleid en sinds wanneer? 

Eind 2017 heeft de Leidse gemeenteraad het integrale beleidskader. Spelen en Bewegen vastgesteld. Het vorige speelruimtebeleidsplan, uit 1996, was gericht op spelende jeugd en formele speelplekken. Het huidige beleid is breder en gaat over spelen, bewegen, ontspannen en ontmoeten voor alle Leidenaren, van jong tot oud, met of zonder beperking in een openbare ruimte die hiertoe uitnodigt.   


Het gaat goed met Leiden. De stad groeit. Maar dat kent ook een keerzijde: we hebben een grote woningbouwopgave. Met de invoering van de Omgevingswet is het nodig een integrale visie op de fysieke leefomgeving te realiseren, ook voor spelen en bewegen. Deze ontwikkelingen vormden de aanleiding om nieuw speelbeleid te formuleren. 


Wat zijn de belangrijkste speerpunten in dat speelbeleid? 

Kinderen worden verleid om buiten te spelen door de openbare ruimte avontuurlijker en groener in te richten. Natuurlijk spelen wordt gestimuleerd. Zowel bestaande als nieuwe speelplekken worden voorzien van meer speelwaarde. Ook worden speelaanleidingen aangelegd op stoepen, pleintjes en veldjes.  Denk hierbij aan stapstenen, boomstammen, watertegels, hinkelbanen en hardloopbaantjes.  


Om te waarborgen dat er voor de jeugd voldoende speel- en beweegmogelijkheden in een buurt zijn, worden zogenaamde speelrichtlijnen gehanteerd: een speelplekkenrichtlijn en een speelruimterichtlijn. De speelplekkenrichtlijn waarborgt dat er in elke buurt voldoende ingerichte speelplekken zijn voor kinderen in alle leeftijdscategorieën. Kinderen en jongeren spelen echter niet alleen op ingerichte speelplekken, maar ook op de stoep, pleintjes en veldjes. Buiten spelen begint zodra de deur naar buiten open gaat: voor kinderen is de hele openbare ruimte potentiële speel- en beweegruimte. 


Daarom wordt ook de speelruimterichtlijn gehanteerd, een richtlijn voor de hoeveelheid potentiële speelruimte in een buurt. Deze richtlijn is gebaseerd op de adviesnorm van Jantje Beton en houdt voor Leiden in dat in elke buurt minimaal 10 procent van het oppervlak potentiële speelruimte moet zijn. Bij stedelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met deze speelrichtlijnen. 


Is inclusief spelen onderdeel van het beleid? 

In Leiden wordt gestreefd naar een openbare ruimte die voor alle Leidenaren, met of zonder beperking bereikbaar, bruikbaar en toegankelijk is: een inclusieve openbare ruimte waar alle kinderen samen kunnen spelen. Bij de inrichting van speelplekken wordt hier rekening mee gehouden.  
Leiden is koplopergemeente voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap en heeft het manifest ‘Iedereen doet mee!’ ondertekend. In dit programma worden de deelnemende gemeenten ondersteund en uitgedaagd te werken aan een inclusieve samenleving.


Is het speelbeleid ingebed in het Positief Jeugdbeleid?

De gemeente Leiden heeft de ambitie dat elke kind zich spelenderwijs kan ontwikkelen, kan ontdekken waar hij/zij goed in is en kan opgroeien in een stimulerende en veilige omgeving. Kinderen kunnen dicht bij huis spelen op ingerichte speelplekken, op de stoep of op pleintjes en veldjes.  Maar ook in de speeltuinen die worden beheerd door een speeltuinverening.  Deze speeltuinen hebben een buurtfunctie. Kinderen kunnen hier spelen in een beschermde omgeving, er vinden activiteiten plaats en buurtbewoners kunnen elkaar ontmoeten. Ook vinden sport- en spelactiviteiten plaats in de buurt om het speelklimaat te verbeteren.


Kun je speelprojecten in Leiden noemen die je goed gelukt vindt?

Een mooi voorbeeld is de aanleg van vijf Verloren landjes. Een Verloren landje is een vergeten plek die samen met de buurt wordt omgetoverd tot een bruisende plek. Een natuurlijke speelplek waar kinderen spelen, waar activiteiten plaatsvinden en bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Een buurthuis zonder dak of muren. Het eerste Verloren landje in Nederland ligt in een buurt van Leiden waar minder dan elders in de stad buiten wordt gespeeld. Thuis Op Straat Leiden organiseert samen met ouders en kinderen activiteiten op het Verloren landje. Steeds meer kinderen, zowel jongens als meisjes, komen er spelen. De gemeente werkt hierin samen met Jantje Beton en Stichting Ravottuh, met financiële steun van Fonds 1818.


Speeltuin Zuiderkwartier is een goed voorbeeld van een inclusieve speeltuin. 

De speeltuin is een aantal jaren geleden gerenoveerd en zo ingericht dat alle kinderen met en zonder beperking er terecht kunnen. Wekelijks vinden er activiteiten plaats met samen spelen als doel. De speeltuin heeft als een van de eerste in Nederland van de Speeltuinbende het ‘Speeltuin oké certificaat’ ontvangen. De speeltuinbende is een kindertestteam van kinderen met en zonder handicap. De kinderen keuren speeltuinen in het hele land. 


Heb je tips voor andere gemeenten om succesvol speelbeleid te realiseren? Wat zijn jouw lessonslearned? 

Speelruimtebeleid staat niet op zichzelf, maar heeft raakvlakken met andere beleidsterreinen zoals gezondheid, sport, jeugd, en stedenbouw. Voor het realiseren van succesvol speelbeleid is samenwerking en afstemming met andere gemeentelijke afdelingen en ook met de stad essentieel.  


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 02/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek.

Deel dit artikel