Artikel

Groen in de buurt stimuleert het beweeggedrag van kinderen

In 2018 was volgens de CBS Jeugdmonitor 16% van de kinderen en jongeren van 2 tot 25 jaar te dik. Bewegen (in het groen) als preventieve leefstijl, kan helpen om obesitas te lijf te gaan. Met name voor kinderen ligt hier een belangrijke kans: aantrekkelijke groene speelruimte in de eigen buurt nodigt uit tot meer bewegen. Een groene omgeving zet niet alleen aan tot bewegen, maar prikkelt ook de fantasie, stimuleert spelontwikkeling en heeft een positief effect op de sociale en emotionele ontwikkeling.

Door groen is veel beweeg- en gezondheidswinst te halen, becijferde het ministerie van LNV: “In groene wijken komt bij kinderen 15% minder overgewicht voor. Ook wordt er 10% meer buiten gespeeld in buurten die voldoen aan de norm van 75 vierkante meter groen per huishouden binnen een straal van 500 meter. En ook jongeren tussen de 12 en 17 jaar bewegen meer dan hun leeftijdsgenoten als ze in een groene omgeving wonen.”  

Goed voor het leefklimaat 

Kennisbank Sport en Bewegenkomt tot dezelfde conclusies, maar voegt nog een element toe: “In de openbare ruimte is veel beweeg- en gezondheidswinst te halen. Buitenspelen is niet alleen belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van kinderen, maar ook goed voor het leefklimaat in de buurt.”

Begaan met de natuur  

Kinderen die opgroeien in een groene omgeving dragen dat hun hele leven met zich mee. Ze voelen zich betrokken en begaan met de natuur. Volwassenen die groen aan den lijve hebben ondervonden, erkennen het belang ervan voor de ontwikkeling van kinderen omdat ze zelf zo’n goede herinnering hebben aan het buitenspelen. Aan het klauteren in bomen en het fantaseren over kabouters die wonen in paddenstoelen. Zíjn in de natuur daagt uit tot ontdekken, ervaren en veilig leren voelen. Dat is goed voor het zelfvertrouwen. 

Groen als belangrijke component 

Kinderen willen best vaker buiten spelen als het “niet zo saai” zou zijn. Omgevingspsycholoog dr. Sjerp de Vries, senior onderzoeker van Wageningen Environmental Research pleit daarom voor aantrekkelijke speelplekken met veel variatie en met groen als belangrijke component. “Het moet een plek zijn waar zowel gevoetbald kan worden als verstoppertje gespeeld. Het is aan de ontwerper de balans te vinden tussen sociale en fysieke veiligheid en avontuur en uitdaging.”

Initiatieven 

Overal komen initiatieven van de grond om kinderen te stimuleren meer te bewegen. In Almelo bijvoorbeeld is een oud, nauwelijks gebruikt stadspark omgeturnd tot Doepark de Hagen, een avontuurlijke natuurspeeltuinwaar kinderen kunnen spelen, ontdekken, fantaseren, leren en tot rust komen.In Tilburg is een arbeiderswijk’ omgetoverd tot een eigentijdse, geriefelijke woonomgeving, een plek waar veel groen en ruimte is om te bewegen en te spelen.  


De oorspronkelijke woonwijk bestond uit smalle straten en kleine woningen. Er was weinig groen en nauwelijks ruimte voor kinderen om te spelen. De gemeente Tilburg was ambitieus. Rosmolen moest een unieke woonwijk worden, een wijk waarin mensen niet langs elkaar heen leven, maar elkaar kunnen ontmoeten. Door minder woningen in het plan op te nemen dan er stonden, is er ruimte vrijgekomen voor de aanleg van brede groenstroken. Ze zijn aangelegd in vier straten van de wijk. Elke strook heeft een eigen karakter en functie. Thema’s bij de keus van de beplanting waren tastbaarheid, zichtbaarheid, proeven en geur. Ofwel een brede inzet van groen. Tijdens een wandeling worden door de uiteenlopende planten, struiken en bloemen telkens andere zintuigen geprikkeld. Om contact te stimuleren worden er in de groenstroken ‘groene ontmoetingspaden’ aangelegd. Bij het ontwerp stond centraal dat bewoners zich uitgenodigd voelen om meer naar buiten te gaan. Om te wandelen, elkaar te ontmoeten en – voor de jongeren – lekker buiten te spelen. 
 


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 04/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel