Vrouwen en kinderen laatst

donderdag 7 juli 2022

Kies een willekeurig pleintje in een stad of dorp en kijk er een paar uur rond. Overdag ziet u kinderen spelen, meisjes en vrouwen fietsen en flaneren, of zitten op een bankje. Maar zodra de avond valt, verandert het tafereel. Groepjes jongens en jonge mannen, skaters, pannavoetballers en jongeren op scooters domineren nu het straatbeeld. De openbare ruimte en haar leefbaarheid zouden nochtans gendergelijk moeten zijn. Waarom blijft dit masculiene straatbeeld zo herkenbaar?

Onveiligheid: feit of fictie? 
Vrouwen en meisjes delen de openbare ruimte met mannen en jongens, maar beleven haar anders. Studies tonen een duidelijk verschil tussen het onveiligheidsgevoel en de reële onveiligheid van vrouwen. In het tijdschrift Brusselse Studies stelt Marie Gilow vast dat het onveiligheidsgevoel in de openbare ruimte bij vrouwen groot is, wat “hoofdzakelijk voortvloeit uit de ongelijke betrekkingentussen de geslachten, die onze samenleving nog steeds structureren”(Brusselse Studies 87, 1 juni 2015). De gelijkheid tussen mannen en vrouwen is, volgens Gilow, verre van verworven in de openbare ruimte. Volgens haar gaat het mis in de relatie tussen de ruimte en de gebruiker, die teveel is afgestemd op één doelgroep. Een succesvol stedelijk ontwerp moet voldoen aan de behoeftes van de hele samenleving.  

Ongelijkheid begint in het ontwerp  
Waar komt die ongelijkheid dan vandaan? De publieke ruimte wordt overwegend ontworpen door mannen. Clara Greed stelde vast dat ‘vrouwen’ een achterstandspositie hebben in de stad omdat mannelijke planners stedelijke oplossingen hebben bedacht vanuit hun eigen perceptie van ‘logisch’ en ‘normaal’. Gepland voor de behoeftes van ‘mensen zoals zij’. Het beleid van mannelijke beleidsmakers is nog het best te omschrijven als stedenbouwkundige pornografie; van veel en groot naar nog groter ... Terwijl vrouwen intimiteit, geborgenheid en sociale veiligheid belangrijk vinden.” Ook vandaag is er een onevenwicht tussenmannelijke en vrouwelijke stedenbouwkundigen en architecten. Volgens het Nederlandse architectenregister is ruim driekwart van de stedenbouwkundigen en architecten man. Bij de landschapsarchitecten is dat twee derde en bij de interieurarchitecten de helft (Architectenregister). Deze cijfers lijken te betekenen dat in dit metier, heel traditioneel, ‘buiten’ de wereld van de man is en ‘binnen’ het domein van de vrouw. Dat is een oud zeer. Tot ver in de 20e eeuw weerspiegelde het stedelijk weefsel dezelfde gedachte met een onderscheid tussen de ‘mannelijke steden en de vrouwelijke suburbs’. De man was kostwinner in de stad; de vrouw bleef thuis.  

Ottertjes als graadmeter  
De verschillende beleving van de publieke ruimte bij meisjes en jongens blijkt al vroeg te beginnen. Dat leidt tot achterstelling in het gebruik van de openbare ruimte door meisjes en vrouwen. De verhouding jongens/meisjes schommelt van ca. 85:15 tot 66:34. Nochtans is de aanwezigheid van vrouwen en meisjes van groot belang. De non-profitorganisatie ‘Project for PublicSpaces’ stelt: “De aanwezigheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte is de belangrijkste graadmeter voor de kwaliteit, omdat ze pas gebruikmaken van een ruimte als deze veilig en comfortabel genoeg is”. Voogd en Engbersen spreken dan weer van ‘ottertjes’: net zoals de aanwezigheid van otters wijst op een hoge waterkwaliteit, is de aanwezigheid van meisjes in het straatbeeld een indicatie van een kwalitatief goede openbare ruimte. Meisjes spelen immers pas buiten als een ruimte veilig en uitnodigend is. Een kind- en gendervriendelijke fysieke inrichting is dus noodzakelijk en moet samengaan met sociale activiteiten en toezicht. Een veilige buitenruimte nodigt uit tot buiten spelen voor jongens én meisjes. Intergenerationele activiteiten, de juiste fysieke en sociale mix, bieden ontmoeting en sociale controle. 

Verbindt de stad of sluit ze uit?  
De stad biedt van oudsher een relatief hoog en toegankelijk voorzieningenniveau. Een prima plek om op te groeien, te verblijven en je te ontwikkelen. De stad is een bijna ideale kansenstructuur met een sociale liftfunctie (Spierings en De Wit, ‘Vastzitten in de lift’ e.a.). Tegelijk kent de stad voor sommige groepen heel wat belemmeringen. Mechanismen als uitsluiting, achterstelling en ongelijke toegang zijn voor bepaalde groepen meer voelbaar dan voor andere. Vrouwen staan bovenaan dat lijstje. Niemand kijkt er vreemd van op wanneer vrouwen en meisjes een cursus zelfverdediging wordt aangeboden. Vrouwen gaan ’s avonds laat pas de straat op na een risico-analyse: ben ik veilig op deze plek, alleen? Het is een vergissing om de samenleving te zien als per definitie inclusief. Het is tijd om nauwkeuriger te kijken naar de achterstellingsmechanismen in het beleid rond de openbare ruimte. Dat kan als professionals beter leren omgaan met diversiteit en hechter gaan samenwerken met andere stakeholdersom de sociale kwaliteit van de stad te verbeteren. Over het algemeen zien professionals levendigheid als een belangrijke kwaliteit van de openbare ruimte: een goed plein is een druk gebruikt plein. Laat stedenbouwkundigen dus meer socioloog worden en zich bewust zijn van mechanismen van achterstand en achterstelling. Geef minder voorrang aan esthetische visie en let op de culturele achtergronden van de gebruiker. En bovenal: luister naar de behoefte van vrouwen en meisjes. 

Reactie toevoegen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
chillmeiden