Blog

Fietsparkeerproblematiek in de stationsomgeving

De afgelopen jaren hebben veel Nederlandse steden de stallingscapaciteit voor fietsen fors uitgebreid. Er worden steeds meer fietsenrekken en fietsparkeervoorzieningen in de directe omgeving van een NS Station geplaatst. Ook worden gemeenten steeds creatiever: zo is het etagerek een moderne oplossing voor het tekort aan goede parkeervoorzieningen. Maar ondanks de uitbreiding van de stallingscapaciteit en het plaatsen van etagerekken, blijft er- zeker in de grote steden – een structureel tekort aan kwalitatief goede fietsparkeervoorzieningen.

Ik zie dat dagelijks voor het NS Station in Den Haag. Ik woon zelf in Den Haag en ik neem elke dag de fiets naar dit station om van daaruit de bus of de trein te nemen naar Alphen aan den Rijn. Eigenlijk is het na 08.00 uur ’s ochtends vrijwel onmogelijk om als fietser je fiets in een fietsenrek te plaatsen. Gelukkig is deze situatie sinds juli 2013 enigszins verbeterd, omdat de gemeente op het Koningin Julianaplein (het centrale plein) voor het NS Station een substantiële hoeveelheid etagerekken heeft geplaatst.Toch lijkt dit niet voldoende te zijn. Immers, rond 08.00 uur ’s ochtend maken fietsers regelmatig een rondje in de hoop toch nog ergens een plek te vinden in een fietsenrek, waar zij hun fiets kunnen stallen. Soms lukt dit wel, soms niet. In de praktijk is dat laatste vooral het geval. Het gevolg hiervan is, dat zij – en ook ik maak mij daar af en toe schuldig aan – hun fiets niet in de daartoe bestemde fietsparkeervoorziening plaatsen, maar tussen twee rekken, naast het rek, voor het rek, achter het rek of gewoon ergens op het Koningin Julianaplein, bijvoorbeeld tegen een paal of een bankje. Dit tot grote ergernis van de toezichthouders van de afdeling Toezicht en Handhaving van de gemeente, die met lede ogen moeten aanzien dat er toch steeds weer fietsers zijn die de regels consequent negeren.


De regels

De regels zijn op zichzelf heel simpel. Deze zijn opgenomen in artikel 5:12 van de APV gemeente Den Haag.

1.Het is verboden fietsen of bromfietsen buiten de daarvoor bestemde parkeervoorziening te laten staan op een door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen weg of weggedeelte.

2.Het is verboden fietsen of bromfietsen die rij-technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.

3.Het is verboden fietsen of bromfietsen te laten staan in parkeervoorzieningen op een door het college aangewezen weg of weggedeelten, langer dan een door het college te bepalen periode.

4.Het is verboden fietsen of bromfietsen zonder wezenlijke tijdsonderbreking te laten staan op een door het college aangewezen weg of weggedeelte, langer dan een door het college te bepalen periode.

Kortom: van een fietser wordt verwacht, dat hij zijn fiets in de daartoe bestemde parkeervoorziening plaatst. Als de fietser zich niet aan deze regel(s) houdt, grijpt de gemeente direct in.

 

In de praktijk

De toezichthouders van de afdeling Toezicht en Handhaving van gemeente Den Haag lopen elke dag in de stationsomgeving om te controleren of fietsers hun fiets netjes in  het fietsenrek hebben gestald. Zoals gezegd komt het zeer regelmatig voor dat fietsen juist niet in het rek zijn geplaatst. De toezichthouder hangt in een dergelijk geval een label om zo’n fiets. 


Bestuursdwang

Zodra de toezichthouder constateert dat de fietser artikel 5:12 heeft overtreden, doordat de fietser bewust of onbewust zijn fiets niet in de daartoe bestemde parkeervoorziening heeft geplaatst, gaat de gemeente over tot toepassing van bestuursdwang. Bestuursdwang is een zogenaamde herstelsanctie. De bedoeling  van een herstelsanctie is om een overtreding met bestuursdwang geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken en herhaling, voor zover mogelijk is, te voorkomen. Feitelijk houdt bestuursdwang in, dat de gemeente zelf of met hulp van een derde partij (bijvoorbeeld een aannemersbedrijf) de verkeerd gestalde fiets verwijdert of laat verwijderen. Ik zie ook regelmatig gebeuren, dat enkele toezichthouders of enkele sterke mannen niet altijd even zorgvuldig deze fietsen verwijderen, in een vrachtwagen deponeren en afvoeren naar een Fietsdepot. Dit in de wetenschap, dat de rechtmatige eigenaar of houder van de fiets vaak niet meer valt te traceren en de kosten van € 25,00 om deze reden ook niet meer op de overtreder kunnen worden verhaald. Deze kosten blijven ten laste van de gemeente.

 

Wat zijn de gevolgen van de toepassing van bestuursdwang?

Als de eigenaar of houder van de fiets dat wil, kan hij zich tot het Fietsdepot wenden en kan hij, als hij kan aantonen en bewijzen, dat hij de eigenaar is van de desbetreffende fiets, tegen betaling zijn fiets komen ophalen. In de praktijk gebeurt dat zelden. Het resultaat hiervan is een overvol Fietsdepot. De Gemeente is verplicht om als een “goed huisvader” de fietsen zorgvuldig te bewaren. Dit gedurende een periode van 13 weken. Daarna kan de gemeente besluiten de opgeslagen fietsen te verkopen, aan een derde te schenken of te (laten) vernietigen. Omdat veel verwijderde fietsen in de praktijk niet veel waard zijn, worden deze fietsen na de periode van 13 weken vernietigd.

 

Onenigheid

Het toeval wil, dat ik één dezer dagen zelf getuige was van een massale verwijderingsactie van verkeerd geplaatste fietsen door de Gemeente. Het was omstreeks 11.00 uur en het Koningin Julianaplein zag er op dat moment eerder uit als een slagveld dan een keurige onbewaakte fietsparkeervoorziening. Zelfs de destijds door de Gemeente geplaatste bloemenbakken om het geheel wat op te fleuren waren vrijwel allen omgegooid. Ik had op dat moment wel met de toezichthouders te doen. Het lijkt wel dweilen met de kraan open. Ondanks alle waarschuwingen en borden. Ik was getuige van een nogal hoog oplopende ruzie tussen een toezichthouder en een fietser, die het onterecht vond, dat zijn fiets door de gemeente en een paar breed geschouderde vakmensen werd verwijderd. Normaal bemoei ik mij niet met kwesties die mij niet aangaan, maar in dit geval was ik wel benieuwd waar de ruzie nu eigenlijk om ging.

 

De desbetreffende fietser maakte zich er boos om dat hij slechts 30 minuten de tijd had gekregen om een einde te maken aan deze overtreding. Ik keek nog eens goed naar de label, die inmiddels om zijn fiets hing en inderdaad het stond er echt. De fietser zei tegen de toezichthouder:” Ik weet, dat ik in overtreding ben door mijn fiets niet in de daartoe bestemde parkeervoorziening te stallen, maar wat vindt u daar nu zelf van meneer. Dertig minuten om deze overtreding ongedaan te maken is toch veel te kort”. De toezichthouder zei iets in de trant van: “Meneer, ik voer gewoon mijn werk uit en als u het er niet mee eens bent, dan kunt u bezwaar maken”. Ik hield wijselijk mijn mond, de toezichthouder ging onverstoorbaar verder met zijn werk en de fiets werd verwijderd. De fietser in kwestie was een ervaring rijker en een fiets armer. De fietser zei tegen mij:” Weet u of dat allemaal juridisch wel kan. Ze halen gewoon je fiets weg. Ik heb vanmorgen om 08.30 uur mijn fiets hier, weliswaar verkeerd, neergezet, ik kom terug van een afspraak op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nu krijg ik dit”. Ik zei, dat ik geen specialist ben op het terrein van fietsen verwijderen, maar dat ik zijn woede over die 30 minuten wel kon begrijpen.


Wat staat er in de Algemene wet bestuursrecht over bestuursdwang?

Ik ging naar huis en het eerste wat ik deed was opzoeken en uitzoeken hoe het juridisch zit met het verwijderen van fietsen en het toepassen van bestuursdwang. Waar het om draait is de toepassing van artikel 5:24 Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel bepaalt het volgende.

1.De last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.

2.De last onder bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.

3.De last onder bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder, aan de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan de aanvrager.

Mijn oog viel op artikel 5:24, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht. Wat wordt bedoeld met “de last onder bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd”?

12. De uitleg van de termijn, waarbinnen de last moet worden uitgevoerd

In de Editie Tekst & Commentaar Algemene wet bestuursrecht, 7e druk 2011 staat op p. 415 het volgende.

“De door het bestuursorgaan te stellen termijn, vaak begunstigingstermijn genoemd, dient, gelet op de omstandigheden van het geval redelijk te zijn. In principe moet de termijn lang genoeg zijn om aan de last gevolge te kunnen geven.

De termijn mag niet zo lang zijn dat er in feite sprake is van een gedoogbesluit voor een bepaalde periode en niet meer van een redelijke termijn om de vereiste maatregelen zelf uit te voeren”.

 

In de Memorie van Toelichting bij het ontwerp-Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II 1993-1994, 23 700, nr. 3, p. 155) staat hierover het volgende: “Als hoofdregel geldt dat het bestuursorgaan de belanghebbenden in de gelegenheid moet stellen binnen een bepaalde termijn zodanige maatregelen te treffen dat de daadwerkelijke toepassing van bestuursdwang niet nodig is. De voorgestelde bepaling legt op het bestuursorgaan de plicht op om de te nemen maatregelen te omschrijven. Met deze regeling is bedoeld bij de huidige rechtspraak aan te sluiten. Dit betekent onder meer dat van het bestuursorgaan mag worden verlangd dat het voldoende nauwkeurig in de beschikking omschrijft, welke maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat met bestuursdwang daadwerkelijk zal worden ingegrepen. Van het bestuursorgaan wordt met andere woorden verwacht dat het een duidelijke “last” geeft”.

 

De begunstigingstermijn

Uit de hiervoor genoemde citaten (punt 12) blijkt dat aan een overtreder een zogenaamde begunstigstermijn moet worden gegeven. Indien een bestuursorgaan over gaat tot oplegging van een bestuurlijke sanctie in de vorm van een last onder bestuursdwang dient het in beginsel aan de belanghebbende/overtreder een termijn te geven waarbinnen deze de last zelf ongedaan kan maken. De begunstigingstermijn mag niet te lang zijn, omdat de sanctie dan in feite neerkomt op een verkapt gedogen van de overtreding. Anderzijds moet wel voldoende tijd worden gegund om de last uit te voeren. In het algemeen is niet aan te geven hoelang de begunstigingstermijn dient te zijn. Dit hangt onder meer af van de aard en ernst van de overtreding en de aard van de maatregelen die moeten worden getroffen.

 

De praktijk in de gemeente Den Haag en de begunstigingstermijn

Gelet op het bovenstaande ben ik van mening dat de (begunstigings-)termijn van 30 minuten, die momenteel door de gemeente Den Haag wordt gehanteerd om een einde te maken aan de overtreding van het verkeerd plaatsen van een fiets niet in overeenstemming is met artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Een en ander is ook niet in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever. Immers, de wetgever gaat, uiteraard afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding, uit van een “redelijke” begunstigingstermijn, die recht doet aan zowel het belang van het bestuursorgaan als aan het belang van de overtreder. Het algemeen belang van het bestuursorgaan is het behoud van het uiterlijk aanzien en de kwaliteit van de openbare ruimte, in het bijzonder de parkeervoorziening op het Koningin Julianaplein voor het NS Station. Het individuele belang van de overtreder is dat hij op zijn minst in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een redelijke termijn de overtreding zelf ongedaan te maken zonder dat er direct bestuursdwang wordt toegepast.

 

Advies

Gelet op het bovenstaande zou ik gemeente Den Haag willen adviseren om haar praktijk met betrekking tot het verwijderen of laten verwijderen van verkeerd geplaatste fietsen op of in de directe omgeving van het Koningin Juliananplein voor het NS Station in heroverweging te nemen. Het komt mij voor, dat een (begunstigings-)termijn van één of twee dagen redelijk is. Ik denk zelf, dat een dergelijke termijn van één of hooguit twee dagen ook op meer begrip kan rekenen bij de overtreder. Stel, dat fietser X op dag 1 constateert, dat er een label om of aan zijn fiets hangt met een aanzegging tot toepassing van bestuursdwang van de kant van de Gemeente, dan zal fietser X de volgende dag (op dag 2) het wel nalaten om zijn fiets verkeer te plaatsen of te stallen. Hij is immers gewaarschuwd, dat hij maar beter zijn fiets op een correcte manier in de daartoe bestemde parkeervoorziening kan plaatsen, want anders is hij het haasje…! Dan heeft hij grote pech, want zijn fiets is weg. Notoire foutparkeerders moeten naar mijn mening achteraf niet klagen, als hun fiets door of namens de Gemeente wordt verwijderd, omdat deze (telkens) verkeerd is gestald. Dat heeft de notoire foutparkeerder volledig aan zichzelf te wijten. 



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel