Blog

Next level circulaire vaardigheden

Wat goede architectuur gevonden wordt, verandert met de tijd. Ooit deed je je werk als architect al goed als je een prettig ogend gebouw bedacht dat handig in het gebruik was.

In de loop van de vorige eeuw kwamen daar allerlei dimensies bij. In de jaren twintig bijvoorbeeld moest een ontwerp voor de arbeider hem niet alleen huisvesten, maar ook cultureel verheffen. In de jaren vijftig werkte je met licht, lucht en ruimte aan sociale hygiëne en in de jaren zeventig bestond je vak voor een groot deel uit discussiëren met bewonerskollektieven. Zelf tekenen was toen een beetje verdacht. Ieder decennium wordt er wel een nieuwe vaardigheid aan ons vak gekoppeld. Het succes van je ontwerpen wordt mede bepaald door de mate waarin je je die nieuwe vaardigheden weet eigen te maken.

 

Sinds een jaar of twintig is algemeen aanvaard dat goede gebouwen ook duurzame gebouwen zijn. In het begin was dat vooral een energetische kwestie: als je gebouw niet teveel fossiele brandstof opstookte deed je het al best goed. Architecten willen graag goede gebouwen ontwerpen, dus gingen ijverig op zoek naar middelen om ook energetische ambities vorm te geven. In de beginjaren leidde de zoektocht nog wel eens tot opzichtige duurzaamheid: veel gedoe met zonnepanelen, windmolentjes of hightech meedraaiende gevelelementen. Het zag er niet uit, maar het was duurzaam, dus het moest wel goede architectuur zijn. Met de komst van goede prestatiemeting en effectieve regelgeving zijn gezonde energetische eigenschappen van een gebouw gemeengoed geworden. Binnen niet al te lange tijd is energieneutraal net zo normaal als waterdicht. Niet echt iets om heel stoer over te doen.

 

Het next level van duurzaamheid wordt bouwen binnen een circulaire economie. Dat valt nog niet mee, want hoe kun je een industrie die verantwoordelijk is voor 50 procent van onze afvalproductie omkatten tot een industrie die geen beroep meer doet op fossiele grondstoffen? In onze dagelijkse praktijk zijn we er druk mee bezig, maar we merken dat het risico van goedbedoelde nadruk op circulariteit op de loer ligt. Circulaire architectuur is nog vaak anekdotische architectuur. Het zijn gebouwen van autobanden en tweedehands kozijnen. Er staan bomen op het dak en de plafonds zijn onafgewerkt. De isolatie is gemaakt van versleten sokken van medewerkers en het lijkt of er een hobbit in gaat wonen.

 

Bij gebrek aan beter zijn uitgesproken voorbeelden opvoedkundig best waardevol, maar ook erg tijdgebonden. We zoeken inmiddels hard naar nieuwe, voor zichzelf sprekende circulaire architectuur. Daar zijn al goede voorbeelden van. We doen er nog graag heel stoer over, maar er komt vast een tijd dat dit niet meer hoeft.



Dit artikel komt uit Stedebouw & Architectuur

Deel dit artikel