Blog

Verkeer vraagt om kaizen

Bij een recente reis in België zag ik dat Vlaanderen campagne voert voor een nieuwe limiet. Niet 90, maar 70 kilometer per uur is de norm geworden buiten de bebouwde kom. Niet vreemd, met alle lintbebouwing daar. Die lagere snelheid kan ook een bron van inspiratie voor Nederland zijn… een gedachte-experiment.

Elke weg de snelheidslimiet die die verdient

Stel dat, net als in België, de limieten in Nederland met ‘even tientallen’ van 10km/u verlaagd worden - tenzij de weg verkeerstechnisch volledig is toegerust om te voldoen aan de limiet die 10km/u hoger is. Soms zullen er dan aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn, om die hogere limiet te verdienen. Elke weg krijgt zodoende de limiet die de weg werkelijk verdient.

Verkeersaders

Dat betekent op autosnelwegen dat de huidige 120 meestal 130 en soms 110 km/u wordt. En dat de huidige 100 en 80 meestal naar 90 km/u gaan. Stroomwegen krijgen zodoende de reeks 90-110-130. Daarbij tellen ook de omstandigheden mee. Op de Franse péage geldt nu al een limiet van 130, maar met regen en slecht weer wordt de limiet 110 km/u. Dat is, zowel in het kader van veiligheid als van doorstroming, een goed idee. Nederland kan dit idee overnemen. De huidige indeling met tijdvensters laten we los.


Tijdens drukke uren is de limiet van 130 nauwelijks haalbaar, ergo, de drukte reguleert zichzelf wel. Ik denk niet dat er iemand rouwig om zal zijn om de tijdvensters los te laten. Gebiedsontsluitingswegen worden dan ofwel 70 ofwel 50 km/u. De grootste winsten voor verkeersveiligheid van deze aanpak zijn te boeken op zulke verkeersaders. De lat voor deze wegen ligt hoog. En als 70 of 50 te langzaam gevonden worden, moet het veiligheidsniveau van de weg opgetrokken worden naar het niveau dat past bij 90 respectievelijk 70 km/u.

Verblijfsgebieden

Binnen de bebouwde kom blijft (of wordt) 30 de norm. En ook daar is winst te behalen. Mengen en sociaal gedrag is daar de maat der dingen. In alle voetgangersgebieden is voortaan de fiets te gast. In fietsstraten is de auto te gast, of sterker: op alle erftoegangswegen is de auto te gast. Fietsstraten hebben dan vooral een functie voor oriëntatie, om fietsroutes in verblijfsgebieden goed herkenbaar te maken. En in verblijfsgebieden buiten de bebouwde kom wordt niet 60 maar 50 km/u de norm. Dat is een plek waar landbouwverkeer, wielerpeletons, wandelaars en motorrijders de weg met elkaar moeten delen. 50 is nog altijd geen veilige snelheid, maar in elk geval een hele grote stap in de goede richting. Deze wegen worden ook verkeersluwer, omdat ze hun aantrekkelijkheid voor snelverkeer verliezen.

Simpel, helder en vooral veilig

Op dit moment zijn de limieten voor de verkeersdeelnemers even rommelig als de belijning op de weg. De reeks 30-50-70 is voor veel mensen nog wel goed te bevatten. Maar de reeks 60-80-100-120 is uitgebreid met 130km/u, veelal ook nog eens afhankelijk van de tijd van de dag. Dat kan simpeler met de reeks 30-50-70-90-110-130. En dat is goed voor chauffeurs, maar ook voor de introductie van zelfsturende auto’s.

Nu de echte moraal: kaizenmanagement

Misschien gaat dit gedachte-experiment helmaal niet over snelheden. Deze oefening dwingt ons om het veiligheidsniveau van wegen op orde te brengen… en daar waar dat niet kan of geen prioriteit heeft, om de limiet te verlagen. Dit gedachte-experiment impliceert ook een herschikking van overheidsbudgetten van kostbare snelwegen die al veilig zijn naar wegen die wel belangrijk zijn, maar niet veilig. Eigenlijk introduceren we in dit gedachte-experiment kaizenmanagement voor wegbeheerders. De mindset van de wegbeheerder en politici wordt er een van streven naar permanente verbetering. Het kan immers niet zo zijn dat een wegbeheerder verantwoordelijk is voor onveilige wegen. Wegen kunnen alleen snel zijn, als ze op een veilige manier snel zijn. Bereikbaarheid en veiligheid gaan hand in hand.



Dit artikel komt uit Verkeer in Beeld

Deel dit artikel