Nieuws

Meningsverschillen tussen AKI's en inspectiebureaus

Volgens het WAS moeten speeltoestellen gecertificeerd zijn door aangewezen keurende instanties, de zogenaamde AKI's. Datzelfde WAS verplicht beheerders voldoende inspecties uit te (laten) voeren. Het komt nogal eens voor dat inspecteurs een andere mening hebben over de veiligheid van speeltoestellen dan keurende instanties. Vaak blijken inspectiebureaus zelfs strenger dan de AKI's. Door dit verschil van inzicht kunnen beheerders in een vervelende spagaat komen. Hoe komen zij zo snel mogelijk uit deze spagaat en welke instantie moet geloofd worden?


Verkeerd geplaatste of kapotte speeltoestellen daar gelaten, maar in principe voldoen door AKI's gecertificeerde toestellen aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Inspectiebureaus redeneren doorgaans vanuit de Europese normen (EN1176) daar waar AKI's verder kijken en de veiligheid ook middels andere criteria en risicobeoordelingen bepalen. In dergelijke gevallen kan een van de normen afwijkend toestel wel aan het WAS voldoen en terecht goedgekeurd zijn. 
 

Ongeldig certificaat

Beheerders vertrouwen op hun inspectiebureau, maar toch is het soms een goed idee navraag te doen of een certificaat al dan niet terecht is afgegeven. Helaas is ook in 2014 weer gebleken dat toestellen op advies van inspectiebureaus zijn aangepast waardoor het, terecht afgegeven, certificaat ongeldig wordt.


Wilt u als beheerder weten of een toestel is gecertificeerd, beoordeel dan het certificaat van goedkeuring. Daarop moet het toestel, de fabrikant en de leverancier zijn benoemd alsmede de keurende instantie.
 

Bron: Keurmerkinstituut

Deel dit artikel