Artikel

PW'ers leren weer spelen

“De kinderen leven op, ze vinden het fantastisch.” De studenten van de opleiding voor pedagogisch medewerker zijn unaniem: kinderen vinden het geweldig als je gewoon met ze speelt. En in de opleiding zou daar meer aandacht voor moeten zijn.

“Spel zit wel in onze opleiding, maar is versnipperd over meerdere vakken. En vaak aan het eind, in de laatste lessen, zodat het bij tijdgebrek al snel in het gedrang komt.” Rianne van Genechten is docent pedagogiek aan de opleiding voor pedagogisch medewerker (‘pwer’) kinderopvang van het ROC Midden Nederland Welzijn College. Zij vindt dat spelen meer aandacht zou moeten krijgen, zowel in de beroepspraktijk als in de opleiding. “Wij zien een sleutelrol voor onze studenten als het gaat om het creëren van speelkansen voor kinderen. Zij kunnen het verschil maken! We willen onze rol als docenten daarin dan ook serieus nemen. We streven naar speels onderwijs, want dat maakt speelse professionals en daar hebben kinderen baat bij.”  


Van
Genechten besprak haar wens in de vakgroep pedagogiek. Collega’s zien wel de waarde van spel en van aandacht daarvoor in de opleiding, maar toch was er nog geen concrete actie op ondernomen.Ze heeft daarom een projectteam opgezet van vier docenten, dat toewerktnaar een pilot om spel een vaste plek te geven in de opleiding voor pwers

Brede oriëntatie 

Het team oriënteert zich breed. “Voor het hele team Pedagogisch Werk en Onderwijsheeft Froukje Hajer een lezing gegeven over het belang van vrij spel voor de ontwikkeling van kinderen”, vertelt docent Karin Pieck, een van de deelnemers aan het projectteam. “We nemen ook deel aan het Landelijk Docentennetwerk Spel en kwamen zo in contact met de Hogeschool Utrecht. Daar zijn we op bezoek geweest bij de opleiding speltherapie. We hebben meegedraaid in een les en hebben ons laten inspireren door hun spellokaal.”


Het projectteam ging ook in gesprek met mensen uit de praktijk van de
kinderopvang: wat verwachten zij van de opleiding? Pieck: “Zij signaleren dat veel studenten schroom hebben om vrij te spelen. En dat ze zijn opgeleid om doelgerichte activiteiten te ondernemen. Dat klopt ook wel. In opleiding en examens is veel aandacht voor het maken van activiteitenplannen met ontwikkelingsdoelen. Dat moeten onze studenten ook weten en kunnen. Maar ook het vrije spel moeten ze kennen, weten wat de waarde is en hoe ze dat kunnen stimuleren.”

Studentenarena 

In een ‘Studentenarena’ vroeg het projectteam aan 2de en 3de-jaars pw-studenten hoe zij spel zouden willen opnemen in hun opleiding. De studenten zien twee belemmeringen. Enerzijds hun eigen gêne om met hun klasgenoten te moeten oefenen met spelsituaties: dat kan alleen als de sfeer veilig is. Oefenen in de klas heeft ook z’n beperkingen, want in de klas is de situatie niet echt. “In de praktijk, met echte kinderen, is het veel makkelijker om te spelen”, aldus de studenten.


Anderzijds voelen de studenten zich
belemmerd door de nadruk die er in de opleiding ligt op planmatig werken. “Met zo’n plan zit je vast aan die activiteit en is het moeilijker om aan te sluiten bij wat een kind nodig heeft op dat moment”, vinden de studenten. “Docenten beoordelen ons daar ook op, die kijken of we ons plan wel uitvoeren. Terwijl ze eigenlijk zouden moeten kijken naar jouw interactie met de kinderen en hoe je bij de kinderen aansluit. Hoe je het doet, niet wat je doet.”

Kentering in de praktijk 

De docenten zien ook nog iets anders. “Een terugkerend thema is de balans tussen de wens om de kinderen vrij te laten spelen en normen als hygiëne en veiligheid. Rianne van Genechten: “In de opleiding besteden we natuurlijk veel aandacht aan de grote verantwoordelijkheid die je als pwer hebt voor de heel jonge kinderen waarmee je werkt. De focus ligt dan al snel bij hygiëne en veiligheid. Ook via hun stages en in gesprekken met ouders kan de zorg daarvoor de overhand krijgen.


Je ziet daarover ook wel discussies in de klas: hoe erg is het bijvoorbeeld als een kind op harde stenen valt en een geschaafde knie oploopt? Ik vind het goed dat we die discussie aangaan met studenten, om ze aan te zetten tot kritisch nadenken over hun rol en hun visie als het gaat om (vrij) spel.” Overigens zien beide docenten wel een kentering in de praktijk: “In de kinderopvang komt meer aandacht voor vrij spelen, dagelijks naar buiten gaan, vies worden,
riskyplay. In ieder geval in het beleid, maar ook in de dagelijkse praktijk. Ook van studenten horen we dat.”

Thema spel krijgt vorm 

Via deze werkbezoeken en gesprekken krijgt de inhoud van het thema ‘vrij spel’ in het curriculum langzamerhand vorm. Van Genechten: “We willen studenten allereerst leren dat ze mógen spelen en ze zelf de waarde van spel laten ervaren. Daarvoor gaan we onder andere een eigen spellokaal inrichten. Ook is het belangrijk dat ze leren kijken naar kinderen, leren om spel te ‘zien’ en daarop eventueel aan te sluiten. We gaan aandacht besteden aan het ontwikkelen van een visie op spelen en het omgaan met risico’s. Dat geeft de studenten bagage om bewust keuzes te maken en hierover ook in gesprek te gaan met collega’s en ouders.”   


Dit artikel is verschenen in BuitenSpelen 02/2019. Lees meer van BuitenSpelen in onze bibliotheek

Deel dit artikel